donderdag 10 november 2016

Prehistorisch grafveld spoorloos in Watertorenpark


Leden van de werkgroep archeologie van Museum Hengelo hebben eerder deze week in het toekomstige Watertorenpark gezocht naar sporen van het grafveld Pruisische Veld uit de prehistorie. Het was bekend dat ergens tussen de watertoren en de Kuipersdijk een grafveld heeft gelegen uit de brons- en ijzertijd, zo’n 2000-4000 jaar geleden. Het zou gelopen hebben vanaf de Spartalaan tot aan de Enschedesestraat, maar de precieze ligging was onbekend.

Het terrein waar het park komt heeft te kampen met ernstige bodemvervuiling. De sanering was al in een vergevorderd stadium, maar nog niet helemaal afgerond. Daardoor kon er alleen veldonderzoek gedaan worden in het westelijke deel van het gebied, dat al was vrijgegeven. De oostelijke helft was ontoegankelijk vanwege werkzaamheden en bodemvervuiling. 
Veldonderzoek naar urnengrafveld onder barre weersomstandigheden
De stijlwand van de ontgronding aan de kant van de watertoren hebben we vergeefs afgezocht op scherven, net als een aanpalend terrein waar de grond al was weggehaald tot op het dekzand. Een door de gemeente geregelde dieplepel trok op het direct daarachter liggende terrein drie sleuven tot aan het gele zand. Er kwamen enkele oude afwateringsgreppels aan het licht, maar helaas geen spoor van het urnengrafveld. Wat wel opviel is dat het dekzand naar het oosten toe minder diep lag. Wellicht lag in het oostelijke deel vroeger een dekzandrug. Het is bekend dat prehistorische graven vaak op hoogten werden aangelegd. Het is spijtig dat dit gedeelte van het terrein niet toegankelijk was, ook omdat in oktober vanaf de weg scherven gezien zijn in de wand van een ontgronding en op een storthoop in het gebied direct grenzend aan de Kuipersdijk. Van een afstand kon toen niet vastgesteld worden uit welke tijd deze scherven zouden kunnen dateren. Het is niet onmogelijk dat in de oosthoek van het gebied nog resten van een grafveld aanwezig zijn.

In de expositie Mens en mammoet is een fraaie, gave urn te zien die in 1929 in het grafveld Pruisische Veld naar boven is gehaald. De expositie is nog te zien t/m 7 januari 2017 op woensdag- en zaterdagmiddagen in de afdeling archeologie van Museum Hengelo aan de Markstraat 19. In de kerstvakantie is de expositie geopend op woensdag-, donderdag- en vrijdagmiddag van 14.00-16.30 uur. Zaterdag 7 januari is de laatste mogelijkheid om de expositie te bezoeken.

dinsdag 1 november 2016

Neanderthalers in Hengelo


Woensdagavond 2 november a.s. begint om 19.30 uur in de dependance van Museum Hengelo, Marktstraat 19, een lezing over Neanderthalers. De lezing is voor iedereen vrij toegankelijk en wordt gegeven door Dick Schlüter, cultuurhistoricus en amateur-archeoloog.

Verspreidingsgebied Neanderthalers (volgens Nilenbert)
Neanderthalers komen net als moderne mensen voort uit de Heidelbergmens, die in Afrika is ontstaan. Een deel van de populatie van deze laatste mensensoort trok ruim een half miljoen jaar geleden Afrika uit naar het veel koudere Europa. De Neanderthalers stammen af van deze groep en zijn te beschouwen als een noordelijke vorm van de mens. Hun leefgebied strekte zich uit van Engeland tot aan de Altai in midden Azië. Moderne mensen komen voort uit de in Afrika achtergebleven groep. Wij kwamen veel later naar Europa, ongeveer 45.000 jaar geleden.

Kenmerkend voor Neanderthalers was het terugwijkende
voorhoofd, de vooruitstekende wenkbrauwboog, de brede
neus en de terugwijkende kin
Neandertha- lers, onze ‘neven’, pasten zich goed aan aan het barre ijstijdklimaat in Europa. Hun lichaamsbouw veranderde op zo’n manier dat ze weinig warmte verloren. Dat betekent een gedrongen lichaam met een ronde borst en korte ledematen. Ze hadden in het koude klimaat behoefte aan veel vet- en eiwitrijk voedsel. Ze jaagden op de toendrasteppes op grote grazers, zoals de wolharige mammoet, wolharige neushoorn en wisent. Behalve vlees aten ze ook groenten, wortels en noten, en zelfs bloemen, zoals de waterlelie.

De Neanderthalers leefden in kleine, hechte sociale gemeenschappen. Hun begrafenisrituelen duiden op gedachten over leven na de dood. Soms lagen de doden in foetushouding met het gezicht naar het oosten, in de richting van de opgaande zon. De lichamen waren met rode oker bedekt. 

In Twente zijn verspreide vondsten van Neanderthalers bekend, zoals de vuistbijl van Hengelo. Bij Mander in het noorden van Twente heeft een groep Neanderthalers een kamp opgeslagen, waarschijnlijk tussen 120.000 en 45.000 jaar geleden. Op die plek zijn veel werktuigen gevonden. In de expositie zijn er enkele te zien.

Duizenden jaren lang leefden Neanderthalers en moderne mensen samen in Europa. Het feit dat moderne mensen 1-3% DNA van Neanderthalers met zich meedragen bewijst dat er over een weer seksueel contact was. De Neanderthalers stierven uit tussen 30 en 40.000 jaar geleden. Waarom dat gebeurde is een groot raadsel. Wellicht zijn contacten met moderne mensen voor hen fataal geworden, bv. door besmetting met voor hen dodelijke ziektes.