donderdag 23 februari 2012

Monumentale atlasceder bij verdwenen ziekenhuis


De monumentale Atlasceder aan de Oldenzaalsestraat 184 is een    
laatst overgebleven herinnering aan het oude katholieke ziekenhuis
Slechts vier van de bijna 500 bomen die op de Hengelose lijst van bijzondere bomen staan zijn coniferen. Een van deze vier is de blauwe Atlasceder aan de Oldenzaalsestraat op het terrein waar tot medio jaren negentig het Gerardus Majella ziekenhuis stond. Het ziekenhuis werd in 1990 gesloten, nadat het tien jaar eerder was gefuseerd met het Streekziekenhuis Midden-Twente, en de ceder is nog iets wat er aan herinnert.

Atlasceders komen van nature voor in het Atlasgebergte in Algerije en Marokko. Ze zijn bij ons veel aangeplant in tuinen en parken. Het zijn in het begin snelle groeiers die ook erg groot kunnen worden, waardoor ze veel ruimte vragen. Naarmate hij ouder wordt neemt het groeitempo wel af. Dat geldt voor meer bomen: als ze jong zijn moeten ze zich nog een plek veroveren. In hun oorspronkelijke leefgebied kunnen ze 40 meter hoog worden met een kroondoorsnede van 30 meter. Ze kunnen daar ook een hoge leeftijd bereiken, 1000 jaar is mogelijk.

De Atlasceder vormt een ondersoort van de Libanonceder, die wat minder goed aangepast is aan ons klimaat en wellicht daardoor ook veel minder aangeplant is.  Ceders hebben naalden in groepjes van 20-40 bijeen staan. De naalden van de blauwe Atlasceder zijn grijsblauw en met een lengte van 1-2 cm wat korter dan de groene naalden van de Libanonceder. De kegels zitten drie jaar lang aan de boom en vormen voedsel voor zaadeters als goudhaantje en kruisbek.

Een jonge Atlasceder heeft nog een duidelijke pyramidale vorm, wat bij het ouder worden kan veranderen. De Atlasceder aan de Oldenzaalsestraat is  80 cm dik en is aangeplant in 1926. De boom heeft een mooie vorm gekregen, wat ook te danken is aan het feit dat er nauwelijks gesnoeid is, waardoor laag zittende, zware takken alle kanten op gaan. Doordat er voldoende ruimte is rondom de boom kan hij vrij uitgroeien, en dat geeft het fraaiste resultaat.

vrijdag 10 februari 2012

Overijssel trekt bliksemsnel jachtverbod in


Na een koudegolf laten watervogels zich gemakkelijk benaderen
Eergisteren stelde de provincie Overijssel per vandaag een tijdelijk jachtverbod voor watervogels in vanwege het voortdurende strenge winterweer, maar gisteren werd het verbod alweer opgeheven, nog voor het was ingegaan. De provinciale woordvoerder Katja Pronk liet weten dat een verbod niet meer nodig is gezien de weersomstandigheden. Dat suggereert een enorme verbetering binnen 24 uur. Is dat ook zo?

De 8e februari was de laatste dag van een koudegolf van 10 dagen. Van een koudegolf is sprake als de temperatuur op vijf aaneengesloten dagen steeds onder nul blijft en tijdens drie van die dagen de minimum temperatuur lager ligt dan 10 graden onder nul. Gisteren kwam de maximum temperatuur voor het eerst weer (net) boven het vriespunt uit. Blijkbaar was dat voldoende reden voor de provincie om het jachtverbod af te schieten, ondanks dat de nachten ijzig koud blijven met temperaturen van 10 graden of meer onder nul. Door wind ligt de gevoelstemperatuur dan al gauw onder de min 15 graden. Weliswaar is het sneeuwdek in het grootste deel van de provincie zo goed als verdwenen, maar de maximumtemperatuur ligt vandaag en morgen rond vier graden onder nul. Het zijn gewoon ijsdagen. Het ijs groeit in Overijssel dus verder aan, maar toch, wonder boven wonder, zou er volgens de provincie in één klap voldoende open water zijn, alsof God in zijn almachtigheid persoonlijk heeft ingegrepen. De verzwakte watervogels kunnen blijkbaar weer alle kanten op, er is helemaal niets aan de hand, dus knallen maar!

Utrecht was de eerste provincie die in verband met de strenge en langdurige vorst een tijdelijk jachtverbod instelde per 6 februari. Zuid en Noord Holland sloten de 8e de jacht op watervogels en Noord Brabant per vandaag. Overijssel, toch al niet in de voorhoede bij het afkondigen van jachtverboden, was zo bliksemsnel met het intrekken ervan, dat het wel een knieval lijkt voor de jachtlobby. Pas in de loop van zondag valt de dooi in…

dinsdag 7 februari 2012

Bijzondere bomen aan het Krabbenbosplein


Japanse rode dennen aan het Hengelose Krabbenbosplein  
Aan het Krabbenbosplein staat een groepje van drie Japanse rode dennen, die als monumentale bomen opgenomen zijn in de Hengelose lijst van bijzondere bomen, waardoor ze extra bescherming genieten. De Japanse rode den komt oorspronkelijk voor in Japan, Korea, het noordoosten van China en het aangrenzende deel van het uiterste zuidoosten van Siberië. De soort staat op de rode lijst van bedreigde soorten van het IUCN (International Union for Conservation of Nature). De bedreiging voor het voortbestaan is (nog) niet ernstig. Deze exotische den kan zeker 20 meter hoog worden. De naam is afgeleid van de roodbruine tint van de jongere takken, die na verloop van tijd verandert in grijsbruin. De Japanse rode den is nauw verwant aan onze inheemse grove den, maar heeft dunnere naalden die helder groen zijn zonder de blauwe waas, die zo kenmerkend is voor de grove den. De dikste van het drietal meet ongeveer 60 cm in doorsnede.