dinsdag 18 mei 2010

Vragen, vragen, vragen

Gisteravond was er politiek café in café Het Uurwerk, waar Radio Hengelo uitzond over o.a. de bomenkap op het kerkhof. Opmerkelijk was dat zowel VGO als gemeente spraken over de kap van 38 bomen. Heel merkwaardig was ook dat de vertegenwoordiger van de VGO over de kap van rododendrons liet weten dat men zich had afgevraagd of je 60-80 jaar oude heesters nog wel een keer moet terugzetten. Dat suggereert betrokkenheid bij de kap ervan. Of daar een ja of nee uit voortgekomen is werd niet helemaal duidelijk, maar een feit is dat vorig jaar tientallen rododendrons definitief verdwenen zijn. Het bestuur van de VGO had vorige maand juist laten weten dat de VGO geen enkel aandeel heeft gehad in het kappen van deze heesters. Wat moet je nu geloven?

Er blijven veel vragen open die morgenmiddag op de inloopbijeenkomst wellicht opgehelderd worden. Hoeveel bomen worden er nu eigenlijk gekapt? Welke boomsoorten komen daarvoor in de plaats en waar komen ze te staan? Waarom werden deze details geheim gehouden? Waarom is een scheve boomkroon, zoals bij de magnolia, niet meer acceptabel? De hulst links bij het poortgebouw moet weg, want hij zou in de knel komen door de linden, maar is dat wel zo? Twee cypressen links van het hoofdpad moeten weg, want ze zouden de graven ondermijnen: waar is dat aan te zien? Lezers van dit blog weten dat er bij veel zaken vraagtekens gezet kunnen worden. De zorgvuldigheid in de omgang met deze historische locatie lijkt op een hoger plan te moeten worden gebracht.

zondag 16 mei 2010

Extra kap op het kerkhofje


Vorig jaar heeft de gemeente voor 35 bomen een kapvergunning afgegeven, maar het verwarrende was dat op de bij de kapvergunning behorende plattegrond er 37 ingetekend waren. Het ging om een gezonde berk van bijna een halve meter dik langs de moestuin en om een lijsterbes van matige kwaliteit aan de noordrand. Op de zitting van de bezwaarschriftencommissie in februari stelde de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud dat deze twee bomen op de plattegrond verkeerd ingetekend en daarom eruit gehaald waren. Wat bleek nadien: deze 2 bomen staan op de plattegrond precies daar waar ze ook in werkelijkheid staan! Blijkbaar is er iets anders aan de hand, want 3 of 4 andere bomen staan wel verkeerd ingetekend, en de redenering van de VGO volgend zouden die 4 niet gekapt moeten. Toch gaan ze voor de bijl. Om de verwarring nog groter te maken heeft de gemeente onlangs in een brief aan alle ondertekenaars van de petitie tegen de kap geschreven dat het om 37 bomen gaat, en ook in Typisch Hengelo schreef zij gewoon over de kap van 37 bomen.

De begraafplaats is gedeeld eigendom van gemeente en VGO. Het grootste deel, nl. dat waar alle graven op liggen, is in handen van de gemeente, terwijl het poortgebouw en een strook grond aan de noord- en westkant in bezit is van de VGO. Dat betekend dat er ook twee kapregimes zijn. De gemeente moet een kapvergunning aanvragen voor alles wat dikker is dan 20 cm, terwijl voor de VGO als particuliere eigenaar een grens geldt van 30 cm. Daaronder kan alles vergunningvrij gekapt worden. Op de grond van de VGO staan 8 bomen in dikte tussen 20 en 30 cm, die evengoed in stilte kunnen verdwijnen: een getopte hulst en e 2 oude hoogstamfruitbomen aan de noordrand, 2 taxussen links en rechts van de achteringang, en nog 3 andere coniferen aan de westrand. Ik heb de ambtenaar die van deze zaak op de hoogte is in april gevraagd welke bomen buiten de kapvergunning om gekapt gaan worden, maar die vraag is onbeantwoord gebleven. Als ook deze 8 bomen gekapt worden, dan zitten we al op 45, en dan gaat het om ruim 40% van de aanwezige bomen dikker dan 20 cm. Blijft het daar ook bij? In de raadsvergadering van 11 maart 2008 werd besloten om het bomenbestand op het kerkhof gefaseerd te vernieuwen. Als het in de eerste fase om 37 tot 45 bomen gaat, wat volgt er dan daarna?

vrijdag 14 mei 2010

Ontwikkelingen in Thiemsland


Aan de rand van de vijver zag ik vandaag een stel waterhoentjes met 6 donzige jongen, pas uit het ei. Ze zijn nog pikzwart met alleen een rode snavel en sommigen wapperen heel vertederend met hun  piepkleine vleugeltjes om de ouders aan te moedigen voer in hun bekje te stoppen. Lopen kunnen ze al prima, want waterhoentjes hebben net als kippen hele grote, sterke poten. Ze zijn niet schuw, maar als de jongen nog zo klein zijn moet je niet te dichtbij komen. Wij zijn reuzen voor deze kwetsbare beestjes, die alleen veilig zijn op het water.

De gemeente is van plan om meerdere bomen te planten op het graseiland van het voormalige Huys Hengelo. Dat zal deze plek wel flink verbeteren en daarvoor verdient de gemeente alle waardering. Het zou helemaal mooi zijn als de gemeente zou kiezen voor een vogelvriendelijke aanpak met beplanting die te gemoet komt aan de behoeften van vogels. Besdragende inlandse heesters en bomen, zoals bv. hulst, meidoorn en lijsterbes, helpen vogels de winter door te komen. Coniferen zorgen in het koude seizoen voor dekking en in het voorjaar voor nestgelegenheid. Vogels brengen leven in de brouwerij en veel mensen waarderen hun aanwezigheid. Aansluiten bij de rijkdom die er al is zou van wijsheid getuigen. Door beplanting van het groene eiland kan een mooie overgang ontstaan van de bomenrijke oude begraafplaats naar het groene gebied van de Drienerbeek aan de westkant van het Bevrijderslaantje. Er ontstaat dan meer eenheid in de groenstructuur van Thiemsland.

dinsdag 11 mei 2010

Een symbiose van leven en dood


Vorige week ontvingen alle ondertekenaars van de petitie voor het behoud van bomen op de oude begraafplaats in Hengelo een brief van de gemeente met daarin de uitnodiging voor een inloopbijeenkomst op locatie op 19 mei, waarbij de gemeente en de VGO uitleg zullen geven over de plannen die zij hebben met het kerkhof.
Zoals ik in mijn vorige artikel schreef is men in Deventer bereid om rekening te houden met de historisch gegroeide landschappelijke situatie. Men erkent dat het leven, dat wil zeggen de aanwezige bomen, de graftekens vervormt en overwoekert, en dat daaruit een waardevolle symbiose ontstaat met de dood, waarnaar de graftekens verwijzen. De dood hoort nu eenmaal bij het leven, en een kerkhof waar dat ook zichtbaar is door het verval van graftekens en de aanwezigheid van oud en grillig gevormd geboomte heeft een andere gevoelswaarde dan een kerkhof dat keurig aangeharkt is en beplant met normbomen die zo uit de catalogus van de kweker lijken te zijn overgesprongen.

Ook op onze oude begraafplaats is een fraaie symbiose ontstaan tussen de dood en het leven. Sommige grafstenen zijn een beetje scheefgezakt en andere zijn gebarsten onder invloed van worteldruk van de lindebomen. Veel van de aanwezige bomen groeien maar een beetje raak, afhankelijk van de hoeveelheid licht dat hen bereikt. Ze zijn daardoor scheef gegroeid, hebben zich onevenwichtig ontwikkeld of zijn door weersinvloeden hun top kwijtgeraakt. Zo gaat dat in het leven; bij mensen is het al niet anders. De VGO en de gemeente willen echter terug naar de ‘oorspronkelijke situatie’. Voordat onze voorouders 6000 jaar geleden op landbouw over gingen was de oorspronkelijke situatie op het kerkhof, in Hengelo en in de verre omtrek bos, bos en nog eens bos. De huidige situatie op het kerkhof komt daar al weer aardig in de buurt met op ¾ hectare 105 bomen die dikker zijn dan 20 cm. Wie terug wil naar de oorspronkelijke situatie zou niet ontevreden moeten zijn. Helaas leven er andere ideeën en wil men terug naar de vooroorlogse situatie met een formele inrichting: strak, netjes en vrij van bomen met een vlekje. Een scherper contrast met de bestaande situatie is nauwelijks denkbaar…

zondag 9 mei 2010

Een kijkje elders


‘Dan doen ze het hier in Hengelo net andersom als in Deventer’, zei een oude mevrouw toen ze eind maart haar handtekening zette tegen de bomenkap. ‘Daar laten ze de oude begraafplaats over aan de natuur.’ Een paar dagen geleden nam ik een kijkje.

De oude Deventer begraafplaats dateert van 1831 en ligt net als die in Hengelo een beetje aan de rand van het centrum, om precies te zijn aan de Diepenveenseweg vlak achter het station. Door een smeedijzeren hek met links en rechts een beheerdershuis kom je er binnen. Je kunt er lekker dwalen, want het is een veel uitgestrekter kerkhof dat voor een groot deel uit bos bestaat. Dat maakt het bijzonder, want waar vind je nu een bos midden in de stad? Het bos is spontaan ontstaan na de sluiting van het kerkhof voor overledenen in 1918, op een gedeelte waar nog maar weinig graven stonden. Net als in de Hengelose situatie is er decennialang weinig onderhoud gepleegd en inmiddels staat er een volwassen gemengd bos. Wat opvalt is dat er minder bloeiende bomen staan dan bij ons in Hengelo, maar daar staat weer tegenover dat er veel wilde bloemen bloeien.

Het onderhoud is in handen van Stichting Natuur Anders en wordt zo uitgevoerd dat volop rekening wordt gehouden met de natuurwaarden op deze plek. Op de website van de Stichting Oude Begraafplaatsen Deventer, de organisatie die verantwoordelijk is voor het beheer, wordt trots melding gemaakt van de uitgebreide wilde flora en fauna (o.a. vier soorten vleermuizen en meer dan 20 soorten vogels) op het kerkhof. Ook voor dit kerkhof zijn er restauratieplannen, maar de SOBD wil daarbij rekening houden met de gegroeide landschappelijke situatie. ‘Doordat veel graven in de loop der jaren zijn aangetast, is er een fraaie symbiose ontstaan tussen de dood, waar de graven en graftekens naar verwijzen, en het leven dat de graftekens heeft vervormd, overwoekerd of juist beschermd.’

vrijdag 7 mei 2010

Langs de lindelaan

‘Wees stil mijn hart, deze grote bomen zijn gebeden’, dichtte de Indiase dichter Tagore. Een eeuw oud is voor een linde nog niet echt oud, maar toch zijn de 33 krimlinden langs de lanen op het kerkhof imposante bomen van een meter of 20 hoog. Deze soort linde wordt ook wel treurlinde genoemd vanwege de afhangende takken. Er zijn nog maar weinig plekken in ons land met een intacte laan met zulke oude maar nog steeds vitale krimlinden. Je zou dus mogen verwachten dat er zorgvuldig mee omgesprongen wordt, te meer omdat deze lindebomen worden gezien als de kern van de hele groenstructuur op het kerkhof. Andere bomen, zoals 3 wilgen en een amberboom, moeten ervoor wijken, omdat ze de linden zouden bedreigen.

Wie niet alleen naar de prachtige boomkronen kijkt maar ook naar omlaag ziet op meerdere plaatsen beschadigingen aan de voet van deze lindebomen. Bij de ingang van het kerkhof is het meteen al raak: de eerste twee linden zijn aan de voet ingezaagd. Dat gebeurde medio jaren 90 om de smalle lindelaan toegankelijk te maken voor de auto’s van een firma die het groenonderhoud uitvoerde. Verderop in de laan zijn bij nog eens 6-8 lindebomen beschadigingen te zien die ontstaan zijn door het aan het groenonderhoud gerelateerde autoverkeer, of door het verkeer dat verband houdt met de herinrichting van de begraafplaats. Blijkbaar is het moeilijk om het onderhoud schadevrij uit te voeren. Een graafmachine is al eens langs geweest en het schijnt dat een bulldozer ingezet gaat worden om bosjes op te ruimen. En dan volgt in de herfst nog de bomenkap. Ook het hoge onderhoudsniveau waarvoor gekozen is zal meer voertuigbewegingen genereren met telkens weer de kans op beschadigingen. Elke beschadiging van de stam vormt een risico op aantasting door insecten en schimmels. Wat zijn op de lange termijn de consequenties voor deze lindebomen?

Oude en nieuwe beschadigingen aan de voet van drie lindebomen. De nieuwe beschadigingen hebben een oranjebruine tint en zijn ontstaan tijdens het verwijderen van het blad in november 2009.

zondag 2 mei 2010

Acht esdoorns

Van de tien esdoorns op het kerkhof moeten er volgens de VGO acht verdwijnen. Het gaat om vier inlandse gewone esdoorns aan de westrand en alle drie vederesdoorns achter op het kerkhof, plus een vierde in de buurt van het poortgebouw.
De gewone esdoorns staan nog steeds in bloei en in het begin staken de geelgroene bloemen en jonge handvormige bladeren prachtig af tegen de helder blauwe lucht. Het is jammer dat deze kleine, maar mooie bloemen hier zo hoog zitten dat je ze niet kunt bewonderen. Ze bevatten veel nectar en trekken daardoor veel bijen aan. Voor de kap van de gewone esdoorns wordt hetzelfde argument in stelling gebracht als bij de fijnspar: het is natuurlijke opslag die in de knel komt door andere bomen. Wie omhoog kijkt, zoals op de foto, ziet gezonde bomen in een bosrandsituatie. Deze esdoorns ontwikkelen zich in de richting van het licht, dus weg van de linde boven in beeld. Dat betekent een onevenwichtige kroon, en dat is strijdig met de nieuwe onderhoudsprincipes. Gewone esdoorns zijn snelle groeiers die onder goede omstandigheden 30 meter hoog en 200 jaar oud kunnen worden. De vier waar het om gaat zijn 30-45 cm dik en zijn inmiddels al zo hoog opgegroeid dat verstikking door de linden onwaarschijnlijk is, behalve wellicht de tweede in de rij die er mager uit ziet en wat dood hout heeft.


Vederesdoorns hebben geen handvormige bladeren zoals gewone esdoorns, maar 3-5 kleine blaadjes vormen een samengesteld blad. Het zijn veel subtielere bomen dan de gewone esdoorn en ze worden met een maximale hoogte van 12-15 meter ook lang niet zo groot. Ze zijn niet inheems en worden ook wel Californische esdoorn genoemd naar de oorspronkelijke plaats van herkomst. Net als hulstbomen zijn ze tweehuizig: er zijn mannelijke en vrouwelijke bomen.

De vier waar het om gaat wordt verweten dat ze slecht ontwikkeld zijn. Van ziekte of verval is niets te zien en waarschijnlijk bedoelt men dat de kroon onevenwichtig is, of de stam is krom, of er zit een knobbel in, zoals bij de esdoorn op de foto te zien is.

zaterdag 1 mei 2010

De atlasceder


Op het achterste deel van het kerkhof staat een atlasceder van ruim een halve meter dik. Hij is in ongenade gevallen, want men vindt hem te blauwig en deze exoot wordt, zo liet de VGO weten, ook nog eens 40 meter hoog. Daardoor zouden de aanpalende lindebomen in de verdrukking komen en dat is niet de bedoeling. Atlasceders komen oorspronkelijk uit de bergen van Noord Afrika, waar ze tussen de 1000 en 1500 meter hoogte groeien. Daar worden ze inderdaad wel 40 meter hoog, maar in ons klimaat wordt het eerder iets tussen de 20 en 35 meter. Deze boom is nu meer dan 15 meter hoog, terwijl de linden ernaast een meter of 20 zijn. Zoals de foto laat zien heeft de ceder zich niet evenwichtig ontwikkeld vanwege de lindebomen. Onder het nieuwe onderhoudsregime is dat bepaald een minpunt. Atlasceders kunnen meer dan 1000 jaar oud en ruim twee meter dik worden. Als ze ouder worden verliezen ze de voor hun jeugd kenmerkende regelmatige piramidevorm. De top raakt afgeplat en de boom wordt dan wat ronder en onregelmatiger van vorm. Deze ceder is voor iemand bijzonder, want regelmatig staan er verse bloemen in een vaas aan de voet.