woensdag 18 september 2013

Marianne Thieme pleit in Droomrede voor duurzame economie


In jagerskledij gestoken speechte Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren gisteren op Prinsjesdag haar Droomrede. Zij pleitte voor respect voor de grenzen van de aarde en keerde zich tegen het najagen van onmogelijke groeiscenario's: 
'De niet-aflatende aandacht voor de groei van de economie zal plaats moeten maken voor een gezonde dosis kwaliteitsverbetering van leven en leefomgeving. Dat is een roep om méér, maar niet om meer geld, meer groei of meer consumeren, maar om meer mededogen, meer duurzaamheid, meer dierenwelzijn, meer biodiversiteit, meer geluk, meer perspectief, meer vertrouwen. Vervuilers moeten niet langer gesubsidieerd worden. Niet via enorme landbouwsubsidies vanuit de EU die vrijwel de helft van het Europese budget opslokken, maar ook niet via subsidies op fossiele brandstoffen. We kunnen daar jaarlijks miljarden op besparen, wanneer we bereid zijn het traditionele denken te verlaten.'

Thieme stelt dat niet langer korte termijn belangen van mensen centraal zouden moeten staan, maar juist de belangen van onze planeet, met daaruit afgeleid de lange termijn belangen van al haar bewoners, dus ook de onze. We hebben een economie nodig die zich beweegt binnen de grenzen die de aarde aan kan. Onze kleine planeet zal binnen twee generaties door 11 miljard mensen bewoond worden. We kunnen niet op de oude voet verder gaan.  
De tekst van de Droomrede is hier te lezen.

dinsdag 17 september 2013

Meer stadsnatuur op Hengelose braaklanden zeer welkom


TC Tubantia van vandaag bracht een krachtig pleidooi voor meer stadsnatuur op braakliggende terreinen in de stad. Jan Zwienenberg van de KNNV, de vereniging voor veldbiologie, pleitte voor meer ruimte voor de natuur en minder ingrijpen bij de circa dertig braaklanden die Hengelo rijk is, en die vaak al vele, vele jaren wachten op nieuwbouw die maar niet van de grond komt. Met de aanhoudende economische crisis zullen de meeste nog vele jaren braak blijven liggen. Wat een rijkdom zou het aan de stad toevoegen als de natuur daar meer haar gang zou kunnen gaan. Vaak worden deze terreinen meerdere keren per jaar gemaaid. Dat gaat ten koste van de op natuurlijke wijze ontstane bloemenrijkdom. Op een braakliggend terrein vestigen zich al gauw zo’n 30 tot 40 soorten wilde planten, die, als ze eenmaal bloeien, aantrekkelijk zijn voor vlinders en bijen.

  Terrein aan de Marskant voor het maaien: kleine vos op vlinderstruik
Een mooi voorbeeld is het terrein aan de Marskant, waar tot acht jaar geleden het politiebureau stond. Dit terrein is erg afwisselend. Er is een vochtig gedeelte in de buurt van de Berflobeek, een stuk met veel puin aan de straatzijde, en een zandig deel daar tussenin. Er groeien meer dan 40 soorten planten. Exoten als vlinderstruik, schijnhulst, Japanse wijnbes en schijnacacia groeien er naast inheemse flora zoals guldenroede, klaproos, wilgenroosje, wilde bertram, melkdistel en boerenwormkruid. Zoveel diversiteit trekt veel vlinders aan, waaronder distelvlinder, atalanta, dagpauwoog, kleine vos, koolwitje en luzernevlinder. Omdat eigenaar woningbouwcorporatie Welbions hier regelmatig maait, kunnen de vlinderstruiken op het terrein niet hoger groeien dan een meter, terwijl ze gemakkelijk drie meter hoog kunnen worden als je ze met rust laat. Hoe het terrein verandert na een maaibeurt laten de foto’s van eind augustus en begin september goed zien. Van een groen paradijsje naar een barre vlakte: wordt daar iemand blij van?

Wilde kruiden vallen niet bij iedereen in de smaak. Wie er niet door gecharmeerd is heeft het al gauw over onkruid, en waar dat groeit, heet het niet netjes te zijn. Dat kan de achtergrond zijn van veel geklaag over de braaklandjes. Nog onlangs liet het bestuur van voetbalvereniging WBO een noodkreet uitgaan over ‘manshoog onkruid’ tegenover hun pand. Maar zouden deze mensen nu echt een kaalslagvlakte prefereren boven een bloemenweelde? Kunnen we nog wel samenleven met de natuur of zijn we dat verleerd?

  De plek van het voormalige politiebureau aan de Marskant na het maaien
Het terrein aan de Marskant zou er veel op vooruit gaan als er minder aan gedaan wordt. Er zit bodemvervuiling, en dat maakt dat het niet geschikt is voor tijdelijke invulling als een stadsmoestuin. Het beste zou zijn om hier, midden in de stad, de natuur meer ruimte te geven door nog maar één keer per jaar te maaien, maar dan wel later in het jaar, als de bloei voorbij is. Daarbij zou het een goed idee zijn om in elk geval de vlinderstruiken bij het maaien te sparen, zodat ze kunnen uitgroeien. Deze heesters zijn erg waardevol voor vlinders, die het in ons land steeds moeilijker krijgen. Vlinders zijn te beschouwen als vliegende bloemen. Als zij verdwijnen, dan gaat er iets bijzonders verloren.

Jan Zwienenberg heeft al meerdere keren een beroep op de gemeente gedaan om meer ruimte te scheppen voor stadsnatuur op braakliggende terreinen. Dat heeft nog niet veel opgeleverd. Het zou mooi zijn als de gemeente zich zou willen inspannen om op dit vlak iets te bereiken. Zij zou een beroep kunnen doen op eigenaren van braaklandjes, zoals Welbions, om mee te werken aan een natuurlijker, kleurrijker en daardoor aantrekkelijker stad. Het onderwerp valt onder de verantwoordelijkheid van GroenLinks wethouder Janneke Oude Alink, en je zou daarom verwachten dat zij niet afwijzend staat tegenover dit idee.

Belangrijk in dit verband is dat de natuur zelf de mogelijkheden benut die wij haar bieden. Als je de natuur haar werk laat doen ben je goedkoop uit. Je hoeft hooguit een beetje te begeleiden. Vergelijk dat eens met de andere kant van het spectrum: het Wij-land Lange Wemen, waar hoge kosten zijn gemaakt om van een braakland, dat bezig was om vanzelf te vergroenen, een puinvlakte te maken. Er moeten nog meer kosten gemaakt worden om daar een laag geel zand op aan te brengen en dat af te dekken met plastic gras. Dan pas heb je een voetgolfterrein. Behalve het geld zijn er nog meer kosten: luchtvervuiling van vrachtwagens en bulldozers. En dan was er nog de vervuiling door resten plastic, die door het puin gemengd waren, en door de wind de stad in werden geblazen. Dat alles voor een tijdelijke invulling en onder de vlag van het Pact Verantwoord Maatschappelijk Ondernemen. Als veel mensen straks van de voetgolfbaan gebruik gaan maken is dat alles nog enigszins acceptabel, maar zo niet, wat moeten we er dan mee?
In Hengelo is de afgelopen decennia niet alleen veel steen, maar ook veel grijsheid op elkaar gestapeld. Wat meer natuur, wat meer kleur zou zou de stad heel wat spannender, levendiger en aangenamer maken.

maandag 16 september 2013

Goed nieuws over RoundUp


Gemeenten moeten al per november 2015 overstappen op niet-chemische onkruidbestrijding op verhardingen. Vanaf dat moment is het verboden om gif te spuiten op straten, speeltuinen en wegen. Dat meldde Binnenlands Bestuur vorige week, nota bene vrijdag de 13e! Staatssecretaris Wilma Mansveld van Milieu heeft de eerdere planning, een verbod per 2018, naar voren gehaald. Dat geldt ook voor particulier gebruik van alle gewasbeschermingsmiddelen. De Tweede Kamer drong er eerder bij de staatssecretaris op aan om meer vaart te zetten achter het verbod op glyfosaat, de werkzame stof in RoundUp. In een brief aan de Tweede Kamer heeft Mansveld laten weten daar gehoor aan te willen geven. De maatschappelijke onrust over de milieuschade en gezondheidsrisico’s van onkruidbestrijding met gif is groot, verklaarde Mansveld.

Alle lof voor deze dappere staatssecretaris! RoundUp is het meest verkochte onkruidbestrijdingsmiddel, dus de belangen van producent Monsanto zijn enorm. Maar het is toch ook te gek voor woorden om ’s zomers voortdurend gif te spuiten in een stedelijke omgeving, zoals o.a. de gemeente Hengelo doet. De Natuur en Milieuraad Hengelo heeft de afgelopen vijf jaar het gebruik van RoundUp al een keer of 4-5 bij de gemeente aangekaart, voor het laatst vorig jaar. Ambtenaren vinden de alternatieven te duur, en ze zijn bang dat burgers gaan klagen als ongewenst groen niet twee keer per seizoen bestreden wordt. Dus gaat Hengelo gewoon door met het spuiten van vergif tot de limiet die de rijksoverheid stelt. Nog twee spuitseizoenen, en dan moet ook Hengelo om, of de ambtenaren nu willen of niet.

Behalve een dappere staatssecretaris is dit succes ook te danken aan Milieudefensie, Greenpeace en de Partij voor de Dieren, die alle drie actie gevoerd hebben, en nog steeds actie voeren om het gebruik van RoundUp in te perken. En niet te vergeten ook bezorgde burgers, zoals Petro van der Plas, die in Rotterdam een petitie startte tegen het gebruik van RoundUp in de stad, Anita Mooijman en haar dochter, die in Den Haag lokaal verzet tegen het gif mobiliseerde, of een inwoner van Oostzaan, die de site www.nederlandgifvrij.nl op de kaart zette. De Partij voor de Dieren geeft de mogelijkheid het spuiten van vergif digitaal te melden.

Al veel gemeenten, zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, zijn overgestapt op alternatieven zoals borstelen, branden en de heet water methode, waarbij ongewenst groen een douche krijgt met bijna kokend water. Ook natuurazijn schijnt een goed middel te zijn. En dan is er natuurlijk de vraag waarom gemeenten zouden moeten zorgen voor het onkruidvrij maken van stoepen en straten. In Hengelo rijden circa 40.000 gemotoriseerde voertuigen rond. Die kunnen heel goed het ongewenste groen op straten binnen de perken houden. Op stoepen kan een probleem ontstaan als er geen onkruidbestrijding plaats vindt, omdat er steeds minder gelopen wordt. Maar gemeenten nemen ook niet de taak op zich om in de winter stoepen ijsvrij te houden. Burgers worden geacht dat te doen. Dat zou ook met het verwijderen van ongewenst groen mogelijk kunnen zijn. De gemeente kan zich dan concentreren op probleemlocaties als burgers zelf de handen uit de mouwen steken. Daarmee zou een flinke bezuiniging gerealiseerd kunnen worden. Daarbij is het wel essentieel dat deze radicale beleidsverandering goed aan burgers wordt uitgelegd. Gezondheid gaat toch voor netheid? Moet elk plantje dat zomaar ergens gaat groeien ook echt de nek omgedraaid worden?

Gebruik van gif in de stad is een buitengewoon slechte zaak. Nederland is in Europa de grootste gebruiker van vergif. Een op de drie Nederlanders krijgt kanker. Is er een verband?

zondag 15 september 2013

Geslaagde bomenwandeling door ‘arboretum’ Klein Driene


  Uitleg bij een winterlinde nabij de Ockeghemstraat
Gisteren vond een interessante bomenwandeling plaats in de uit de jaren ’50 daterende Hengelose nieuwbouwwijk Klein Driene. Onderzoek van twee leden van de locale afdeling van de KNNV, Gerrit Haverkamp en Jan Zwienenberg heeft uitgewezen dat daar maar liefst 86 soorten bomen staan. Dat is uitzonderlijk veel, waardoor je gerust kunt spreken van een arboretum. De meeste bomen dateren uit de beginperiode en staan zowel op gemeentegrond als op terreinen van woningcorporatie Welbions, die enkele jaren jaren geleden is ontstaan na een fusie van het gemeentelijk woningbedrijf St. Jozef en corporatie Ons Belang. Dat destijds drie partijen tot overeenstemming kwamen om een grote diversiteit aan bomen aan te planten mag best bijzonder genoemd worden. Men had in die tijd ook het lef om te experimenteren met soorten die niet direct bekend staan als straatbomen, zoals honingboom en meelbes, die aan resp. de Diepenbrockstraat en de Wagenaarstraat te vinden zijn. De honingboom is een laatbloeier, die pas in augustus en september heel veel kleine, witte bloempjes tevoorschijn tovert. Die zijn zozeer in trek bij bijen, dat ze zelfs van afgevallen bloemen nog de nectar opslurpen. Het zou mooi zijn als deze bomen meer zouden worden  aangeplant, want bijen zitten laat in de zomer vaak om nectar verlegen, omdat de bloei van veel bloemen over het hoogtepunt heen is. Hopelijk weten de gemeente en Welbions het arboretum in stand te houden en er ook lering uit te trekken. Grotere diversiteit in aanplant maakt een straat of buurt interessant, en ongebruikelijke soorten kunnen het toch langdurig uithouden in stedelijk gebied, zo is in Klein Driene gebleken.