vrijdag 28 januari 2011

De oude begraafplaats in de jaren 90


Bij een vergelijking van de oude begraafplaats zoals die was in de jaren negentig en de tegenwoordige tijd vallen vooral twee dingen op, namelijk de veranderde omgeving, waarover een andere keer meer, en het groenonderhoud. Het onderhoud van het groen was veel minder intensief, waardoor natuur en cultuur samenvloeiden tot een evenwichtig geheel. De graven van Frederika Johanna ter Horst uit Goor, wellicht verre familie van haar naamgenote Johanna Frederika ter Horst, de oprichtster van de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud, en haar man Willem Hulshoff Pol, bij leven directeur van de Hengeloosche Bontweverij, liggen in het achterste deel van het kerkhof. Ze vormden samen een fraai voorbeeld hoe prachtig en harmonieus het leven en de dood op elkaar kunnen inwerken: oude rododendronstruiken zetten met hun bloemenpracht luister bij aan de overledenen, terwijl de ranken van klimop, van oudsher een symbool voor eeuwig leven, de harde vormen van de omranding van het graf verzachtten.
 
De graven van Johanna Frederika ter Horst en haar man Willem Hulshoff Pol in 1991 (links) en tegenwoordig                      
Dat alles is inmiddels verdwenen. De rodo's zijn gekapt en de stobben met gif bewerkt, zodat ze nooit meer uitlopen, en de klimop is al evenzeer wegggevaagd. De grafstenen zijn heilig, aldus de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud, die de afgelopen jaren een flinke opruiming onder het groen heeft gehouden. Het spannende, het onverwachte, dat is goeddeels weg. Kaalheid is wat ons rest.

vrijdag 21 januari 2011

De kern van de zaak


Stobbe met geweizwam en berkeblad              
Vorig jaar heb ik zoveel geschreven over de oude begraafplaats dat je bijna door de bomen het bos niet meer ziet. Waar ging het nu eigenlijk om? Het kerkhof is een natuurrijke plek praktisch in het hart van de stad. Bomen en heesters, vogels en zoogdieren, paddestoelen en klein grut als vlinders en (korst)mossen, alles bij elkaar zijn er meer dan 150 soorten te vinden. Zo veel rijkdom op een plek van zo beperkte omvang (0.7 hectare), dat is zeker voor Hengelo bijzonder. Het resultaat van verschillende inventarisaties heeft ook mijzelf verbaasd, hoewel ik me er al vanaf het begin bewust van was dat dit een bijzondere enclave in de stad is. Het door de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud ontworpen herinrichtingsplan lijkt echter grotendeels voorbij te gaan aan wat de natuur hier te bieden heeft. Het heeft er veel weg van dat de natuur wordt gezien als een letterlijke sta in de weg, zoals blijkt uit het grote aantal coniferen en hulstbomen die zouden moeten verdwijnen. Hoewel het daarbij in de meeste gevallen niet gaat om uitzonderlijke exemplaren ligt de waarde van deze bomen meer in de mogelijkheden die ze bieden voor vogels en eekhoorns. Als er te veel verdwijnen is er minder beschutting, nestgelegenheid en voedsel, en dat zal merkbaar zijn in de aantallen. Waar mensen vertrekken als de omstandigheden sterk verslechteren geldt dat evenzeer voor dieren. Juist de dieren maken deze plek levendig. Altijd zijn er vogels of huppelen er een paar konijnen rond, en in het warme seizoen zijn er vlinders en libellen. Wie geluk heeft ziet eekhoorns door de boomkruinen trekken. Ook de inheemse flora zorgt voor verrassingen, maar de vraag is of speenkruid, ereprijs, vergeetmijnietje en vele andere soorten de herinrichting zullen overleven. Wat blijft er over van de circa 40 soorten paddestoelen, zoals de minieme geweizwam, die met vele andere soorten floreert op boomstobben? Niet alles kan behouden blijven, dat besef leeft ook wel onder de critici van de herinrichting, maar het moet toch mogelijk zijn om meer rekening te houden met de natuur, ook als die natuur niet louter bestaat uit zeldzaamheden. Hengelo heeft iets bijzonders in huis, en ook al is deze plek aangetast door ondoordachte acties in de afgelopen jaren, het is nog steeds de moeite waard om er zorgvuldig mee om te gaan. Bij een zorgvuldige afweging van belangen hoort ook aandacht voor de natuurlijke kwaliteiten. Natuur in de stad is waardevol: dat is de kern van de zaak.

donderdag 20 januari 2011

Winterbloei


De winter is nog  niet voorbij, maar de periode met sneeuw en ijs ligt hopelijk definitief achter ons. Het is overal nog een kale boel, maar op de oude begraafplaats staan de twee sierhazelaars inmiddels vol in bloei, alsof het voorjaar ieder moment los kan barsten. In de hoge lindebomen schetteren eksters en vlaamse gaaien tegen elkaar op. Een winterkoninkje zoekt dekking in een van de grote coniferen, waar een boomkruiper de stam afgraast naar insecten. Een paartje houtduiven vliegt klapwiekend op en verderop hoor ik koolmezen. Het voorjaar is niet ver meer.

Sierhazelaars zijn net als magnolia's naaktbloeiers: ze bloeien voordat het blad zich vormt. De prachtig gele bloemen van deze heesters geven zo'n zonnig effect dat je er blij van wordt. Nog even doorbijten!

vrijdag 7 januari 2011

Nog geen gesprek met de wethouder


Gisteren werd ik opgebeld door de secretaresse van wethouder Janneke Oude Alink. Ik had toch een afspraak met de wethouder? Ze zaten al wel een kwartier te wachten. Ik was zeer verbaasd. Wat was het geval? Aanvankelijk had de secretaresse 6 januari voorgesteld als datum voor het gesprek, maar daar kwam ze heel snel op terug, want die dag was het stadsdeelhoofd Hilco Huisstede verhinderd. In het kort kwam het er op neer dat ook een alternatief verviel en dat Bert Roos en ik opnieuw benaderd zouden worden. Daarna hoorden we niets meer tot gisteren. Blijkbaar is er ergens iets niet helemaal goed gegaan. Er staat nu een nieuwe afspraak voor 9 februari. We gaan ervan uit dat de aan de herinrichting gerelateerde werkzaamheden op de oude begraafplaats voor die tijd niet hervat zullen worden.