Aanbevolen post

Schilderijen

Na verhuizing van mijn website www.robbloemendaal.nl is hier een selectie van mijn schilderijen te zien. Beschikbaarheid binnen deze serie: ...

maandag 27 september 2010

Groei



Het verre roepen van een uil
De kilte van de noordenwind
Het langzaam vallen van de nacht
Een kreet: een mensenkind!


Vanuit het duister naar het licht
Val je ineens in het bestaan
Beginnend bij je moederborst
Heb je een lange weg te gaan


De eerste stapjes aan haar hand
De grote stappen die nog komen
De wereld opent zich voluit
En geeft je stof tot vele dromen


Je zuigt dat alles in je op
Zo helder is die eerste keer
Een uil, de wind, een sterrennacht
Je wilt nog zoveel, zoveel meer


Je leeft je leven als een droom
Het lijkt zo onbeperkt van duur
Volg je de stroom of volg je niet
De cirkelgang van de natuur


© 2010

zaterdag 18 september 2010

Egelweekend


Dit weekend is er speciale aandacht voor egels, omdat deze leuke en nuttige dieren steeds meer in het gedrang komen. In twee decennia is hun aantal waarschijnlijk met de helft afgenomen, zo is uit onderzoek gebleken. Egels hebben een voorkeur voor kleinschalige landschappen, die echter steeds zeldzamer worden. Ze leven ook in steden, waar ze in de schemering en ’s nachts hun kostje bij elkaar scharrelen in tuinen en plantsoenen, maar ook in parken en op begraafplaatsen. Daar zoeken ze insecten, wormen en slakken, en als het zo uit komt verschalken ze ook wel eens een muis. Omdat het vooral nachtdieren zijn zien we ze maar zelden. Hun aanwezigheid is soms af te leiden uit de drolletjes die ze achterlaten. Die zijn heel kenmerkend, omdat ze glinsteren door de vermalen dekschilden van de kevers die ze eten. Bij de Zoogdiervereniging kan iedereen die dit jaar egels heeft gezien, zowel levende als dode, dat registreren, zodat er meer zicht ontstaat waar egels voorkomen .


Egels hebben veel te lijden van het steeds drukker wordende verkeer. Ze lopen ’s nachts vaak vele kilometers met alle kans op een aanrijding. Ze zijn niet erg snel en hebben de neiging om langs de rand van de weg te lopen, wat vooral bij smalle wegen slachtoffers maakt. De meeste egels die we zien zijn dan ook platgereden exemplaren. De afgelopen week vond ik er drie, allemaal pubers en niet ver van elkaar, dus vermoedelijk uit hetzelfde nest. Ook het enorme gebruik van vergif werkt zeer nadelig voor egels. Ze eten van de vergiftigde insecten, slakken en muizen, en worden er ziek van of erger. Een extra probleem voor de egel is dat steeds minder stadstuinen groen en open zijn. De veel voorkomende verstening van tuinen, waarbij alles wordt betegeld en strak omheind, biedt egels geen mogelijkheden. Door dit alles neemt de levenskans van egels per jaar af, zo signaleert Egelbescherming Nederland. De Zoogdiervereniging heeft vorig jaar al opgeroepen om de egel op de Rode Lijst van bedreigde zoogdieren te plaatsen.

Gemeenten en tuineigenaren zouden veel kunnen doen om de egel meer kans te geven om te overleven. Als tuinen bijvoorbeeld via egelpoortjes met elkaar worden verbonden, dan vormen ze een aantrekkelijker leefgebied. Een opening van 12 x 12 cm in een hek of schutting is al groot genoeg om een egel door te laten. Gemeenten zouden groene gebieden in de stad zo veel mogelijk met elkaar kunnen verbinden, zodat er veilige migratieroutes ontstaan. Sommige gemeenten proberen echt rekening te houden met de behoeften van egels, zoals de gemeente Heemskerk. In Heemskerk legt men takkenbossen in plantsoenen, zodat egels daaronder beschutting kunnen vinden en een veilige plek hebben voor hun winterslaap. De gemeente Hengelo is nog niet zo ver dat er veel rekening met egels wordt gehouden. Zo lijkt het er sterk op dat bij de herinrichting van de oude begraafplaats, om maar eens een voorbeeld te noemen, het voor alles gaat om netjes. Het gras moet wekelijks gemaaid, de randen moeten strak en het blad moet weg. Maar egels floreren juist het beste in situaties die een beetje rommelig zijn. Als het gras wat langer is en er ligt hier en daar wat blad, dan zitten er meer insecten en valt er dus meer te eten. Het actiecomité Nee tegen Bomenkap Begraafplaats Bornsestraat pleit dan ook bij de gemeente voor meer aandacht voor de natuur op het oude kerkhof.

woensdag 15 september 2010

Vertrouwen


De winst van inspraak: bomen langs het Bevrijderslaantje

Eergisteren waren Sjoerd Heringa en ik op een gezamenlijk spreekuur van de Hengelose politieke partijen om hen te informeren over het feit dat bij de herinrichtingsplannen voor de oude begraafplaats omwonenden en gebruikers geen mogelijkheid hebben gehad om in de planfase daarover mee te praten. Bij de herinrichting van het Bevrijderslaantje vorig jaar was die mogelijkheid er wel, en dat heeft geresulteerd in een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de situatie bij oplevering. Toen was er sprake van een door steen en asfalt gedomineerde ruimte met aan begin en eind een boompje. Door de inbreng van omwonenden is er uiteindelijk een rij bomen geplant, zodat het inderdaad enigszins op een laan lijkt. Het is een verschil van dag en nacht.

We hebben ook aangekaart dat er een gebrek is aan zorgvuldigheid, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de argumentatie waarmee de kap van bomen wordt verdedigd, met als voorbeeld de onjuiste stelling dat bomen gebouwen zouden ondermijnen. Door een van de politici werd opgemerkt dat de gemeente toch zorgvuldig handelt, want zij had na de niet ontvankelijk verklaring van de tegen de bomenkap ingebrachte bezwaren de kap gewoon door kunnen zetten. Zo hadden we het nog niet bekeken, en vanuit dit standpunt bezien kun je zeker zeggen dat de gemeente zorgvuldig handelt door nu eerst een klankbordgroep de gelegenheid te geven om over de herinrichtingsplannen haar licht te laten schijnen. Hoe deze groep er uit gaat zien en of zij volledig geïnformeerd zal worden is nog onduidelijk. Tot nu toe was de informatievoorziening vaak gebrekkig, zoals bleek uit de buitengewoon slechte plattegrond die als bijlage aan de kapvergunning was toegevoegd. En dan is er nog de vraag hoe serieus de inbreng van de klankbordgroep genomen zal worden. Ter geruststelling zeiden de politici dat als het de verkeerde kant op gaat wij aan de bel kunnen trekken. We vertrouwen erop dat we een eerlijke kans krijgen.


zondag 12 september 2010

Onduidelijke status


Behalve de 35 bomen waarvoor vorig jaar een kapvergunning is afgegeven zijn er nog tenminste 7 bomen op de oude begraafplaats die als het verkeerd uit pakt het einde van het jaar niet zullen halen. De informatie over mogelijke kap komt merendeels van mensen die de voorlichting in mei hebben bijgewoond. Het gaat om een berk van een halve meter dik, een grote lijsterbes, een oude hoogstam appelboom die vol zit met lekkere, sappige appels, en verder nog 2 cypressen, een fijnspar en een magnolia. Tot nu toe heeft de gemeente alleen voor wat betreft de berk, de lijsterbes en de magnolia toegegeven dat het voornemen bestaat ze te kappen. De berk is kerngezond, net als de appel, de fijnspar en de magnolia. De lijsterbes is van matige kwaliteit en de 2 cypressen zijn matig tot slecht. Voor de berk en de lijsterbes moet alsnog een kapvergunning worden afgegeven vanwege hun omvang. Op de onderstaande door mij vernieuwde plattegrond van het kerkhof is te zien dat het grootste deel van het kerkhof eigendom is van de gemeente. Vanaf een diameter van 20 cm moet in dat gebied een kapvergunning worden afgegeven. Het veel kleinere deel dat in bezit is van de VGO is particulier terrein en daar geldt een grens van 30 cm. Het kappen van de lijsterbes en de appelboom gaat ten koste van de voedselvoorraad van vogels, de kap van de fijnspar gaat ten koste van de mogelijkheden van de groep eekhoorns, en aantal soorten zangvogels leeft van de fijne zaden van de berk.

De magnolia is een verhaal apart. De boom heeft lange tijd een beetje in de verdrukking gestaan tussen de beuken aan de kerkhofrand en een rijtje coniferen die tot enkele jaren terug achter de stenen gedenkbank stond. De magnolia is door die insluiting aan twee kanten recht omhoog gegroeid, het licht achterna, en dat wordt hem nu kwalijk genomen. Andere magnolia’s vertakken zich in alle richtingen en groeien meer breeduit. Deze doet dat dus niet en ja, dan val je uit de toon. De bloemen zitten ook nog eens allemaal hoog bovenin, zo werd gezegd. Dat lijkt zo voor wie niet goed kijkt, want sinds de coniferen weg zijn komen er zijtakken het gat opvullen. Als deze boom de tijd krijgt om verder te groeien, dan wordt hij steeds mooier. Grote kans dat de nieuwe zijtakken in de toekomst over de bank heen groeien, zodat je onder een bloeiende magnolia kunt zitten. Waar kan dat elders in Hengelo? Deze boom bloeit als laatste; zijn einde zal de bloeitijd van de magnolia’s op het kerkhof ook nog eens verkorten. Zo’n fraaie boom omhakken is niet verstandig.
De vraag is wat er nog meer tegen de vlakte gaat als de plannen voor herinrichting ongewijzigd doorgevoerd worden. Er zijn nog enkele magnolias die niet onder de beschermende werking van de boomverordening vallen, omdat ze net niet dik genoeg zijn. Ze zouden zomaar kunnen verdwijnen. Zullen de twee oude hoogstam perenbomen het overleven? Het blijft vooralsnog onduidelijk.

donderdag 2 september 2010

Hengelo ontgroent


Troelstrastraat kort voor de kap in september 2007 ten behoeve van de
aanleg van vrijliggende fietspaden
Twee jaar geleden, op 30-08-2008, beschreef Vincent Mulder, raadslid van de SP, in TCTubantia een ongrijpbaar monster dat met een niets ontziende gang door Hengelo sluipt. ‘Het levert niet de aanblik van een grote verwoestende veldslag, maar meer van een virus wat overal in de stad zorgt voor plaatselijke kaalslag.’ Dat Hengelo in ras tempo ontgroent maakte hij helder met een opsomming van wat er in korte tijd was verdwenen: prachtige lindebomen bij het winkelcentrum Hasseler Es, vele grote reuzen aan de Troelstrastraat, bomen aan de Industriestraat ter hoogte van het Esrein, drie forse Ginkgo’s aan de Anninksweg. En dan de kaalslag rondom de nieuwbouw van het ROC: alle prachtige acacia’s aan weerszijden van de Lansinkesweg, de imposante rij linden aan de Julianalaan, en 32 van de 35 veldesdoorns langs de Willem de Clerqstraat. Hoewel andere gemeenten als Deventer, Arnhem en Utrecht door boomsparende maatregelen veel bomen wisten te redden zijn noch de gemeente Hengelo, noch de lokale natuur en milieuraad bij machte het zaagmonster te stoppen, zo concludeerde hij destijds. Een beleid waarmee zo veel mogelijk bestaande bomen gespaard worden zou uitkomst kunnen bieden. De SP is daar al jaren voorstander van. Helaas gebeurt nog te vaak precies het tegenover gestelde. De oude begraafplaats is daar een goed voorbeeld van. Ongeveer 40 bomen dikker dan 20 cm dreigen binnenkort te verdwijnen om vaak aanvechtbare redenen. Een vijftiental jonge boompjes van het kaliber struiken op een stokje komen er voor in de plaats.

De storm van 15 juli heeft Hengelo zo'n 500 bomen gekost en dat was een flinke klap. Maar ik denk dat weinig mensen er zich bewust van zijn dat alleen al in het laatste kwartaal van vorig jaar de gemeente voor bijna evenveel bomen een kapvergunning heeft afgegeven als er bij die storm gesneuveld zijn. Het eerste kwartaal van dit jaar waren het er trouwens ook weer bijna 500. Dat zijn niet allemaal gemeentebomen, maar de gemeente is wel de grootste aanvrager. 's Zomers gaat het gelukkig niet zo hard vanwege de beschermende werking van de Flora en Faunawet, die verstoring in het broedseizoen verbiedt. Toch betrof het over de periode juli 2009 - juli 2010 ruim 1400 bomen. Vincent Mulder riep destijds alle Hengeloërs op om alert te zijn en het niet zover te laten komen dat ons laatste groen wordt weggeschoffeld voor wat wel 'de vooruitgang' wordt genoemd.

woensdag 1 september 2010

Zo hoort het (niet)!


Schietwilgen hebben vaak een scheve stam
Hoe het hoort, of hoe niet, daar kun je over van mening verschillen. Vaak heeft het te maken met een verschil in smaak of een verschil in kennis. De onjuiste gedachte dat hulst niet op een kerkhof thuis hoort, zoals in mijn vorige artikel ter sprake kwam, duidt op een gebrek aan cultuurhistorische kennis van deze boomsoort, maar het is ook goed mogelijk dat een kwestie van smaak op de achtergrond een rol speelt. Dat lijkt mij zeker het geval bij de uitspraak van voormalig wethouder dhr. Weber, die tijdens de gemeenteraadsvergadering van 23 februari zei dat coniferen op het kerkhofje niet passen bij lindebomen. Of de stelling dat mos niet op een pad hoort, zoals een van de rondleiders op een voorlichtingsdag in mei verkondigde. Over de wilgen die langs de betonnen schutting in het achterste gedeelte groeien werd toen opgemerkt dat wilgen zo niet horen te groeien. Wat is het geval: de stam is scheef! Het gaat hier om schietwilgen, die als kenmerkende eigenschap hebben dat ze een scheve stam hebben. Een boom wordt zo veroordeeld om zijn eigen specifieke karakter. Het lijkt er op dat de deskundige van dit feit niet op de hoogte was, hoewel scheefheid al eerder als argument van stal was gehaald om de kap van een prachtige magnolia goed te praten. Het lijkt dus in eerste instantie een kwestie van smaak. Eerder werd van deze wilgen gezegd dat ze een bedreiging zouden vormen voor de aanpalende linden. Dat zou best zo kunnen zijn als men ze onbekommerd verder zou laten groeien, want ze kunnen een hoogte van wel 30 meter bereiken. Dat is een meter of 10 hoger dan de linden een tiental stappen verderop. Schietwilgen laten zich echter prima knotten, en dat gebeurt ook overal waar de hoogte beperkt moet blijven. Dat zou hier ook kunnen. Is een wilg dan zo’n ordinaire boom dat die niet op een kerkhof thuis hoort? Ik vindt dat deze 3 wilgen een plek verdienen omdat ze heel veel soorten insecten kunnen herbergen. Dat maakt ze tot een provisiekamer voor allerlei zangvogels. Het knotten stimuleert dat nog eens. Omdat er voor vogels bij de herinrichting zoveel dreigt te verdwijnen, zou het goed zijn om toch nog eens met andere ogen naar zowel de wilgen als de hulstbomen te kijken.

dinsdag 31 augustus 2010

Hulst


Deze hulstboom groeit op de begraafplaats aan de Oldenzaalsestraat in de schaduw van honderdjarige beuken. Hij doet het daar prima en dat hoeft ook geen verbazing te wekken, want hulst is een boomsoort die sterk genoeg is om zich onder hoog geboomte te handhaven. Zoals ik al eerder schreef moeten een aantal grote hulstbomen op de oude begraafplaats verdwijnen, waarbij als argument is aangevoerd dat ze door de lindebomen in de knel komen. Blijkbaar zijn de deskundigen die over de oude begraafplaats beslissen er niet van op de hoogte dat deze levenskrachtige bomen heel wat kunnen verdragen. Twee hulsten zijn de afgelopen winter aangeknaagd door de konijnen. Tijdens de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie in februari werd door de gemeentewoordvoerder beweerd dat deze twee daardoor wel zouden afsterven, maar in het voorjaar zijn ze als vanouds uitgelopen. Ze hebben gebloeid en er zitten weer bessen aan de vrouwelijke boom achter op het kerkhof. Niets duidt erop dat ze bezig zijn om te sterven. Tijdens een voorlichtingsdag in mei werd er nog een ander argument voor de kap opgevoerd, namelijk dat hulst niet op een kerkhof thuis zou horen. Dat is onzin. Al sinds oude tijden is hulst verbonden met eeuwigheid. Alleen daarom al zou deze boom op geen enkel kerkhof mogen ontbreken. Toch moeten we er rekening mee houden dat de bij de deskundigen levende gedachte dat hulst daar niet thuis hoort het einde in zal luiden van alle hulst, groot en klein, op de oude begraafplaats. Dat betekent een belangrijke verarming van het voedselaanbod voor vogels in het winterseizoen. En minder voedsel betekent minder vogels. Is dat wat we willen?

maandag 30 augustus 2010

Zorg en zorgvuldigheid


De enorme hoosbuien van vorige week hebben in één klap het neerslagtekort van vele maanden weggevaagd, zodat het grondwaterpeil eindelijk weer op een normaal niveau ligt. De verwachting is dat we vanwege de klimaatverandering in de toekomst vaker te maken zullen krijgen met weerextremen zoals langdurige droogte en zware buien. We zullen moeten leren om daar op in te spelen. Wie jong groen aanplant in een droog voorjaar zou zich ervan bewust moeten zijn dat die aanplant extra zorg nodig heeft om te overleven. Vooraan op de oude begraafplaats is dit voorjaar een proefvak aangelegd met bodembedekkers en stuk of 15 jonge rhododendrons. Het is de bedoeling om dit gedeelte, als de herinrichting wordt hervat, te gaan ‘stempelen’ op de rest van het kerkhof. Nu de droogte voorbij is staat meer dan de helft van de pas aangeplante rhododendrons in het proefvak er ellendig bij en lijkt op sterven na dood. Blijkbaar hebben ze geen of te weinig water gehad. Is dit een gebrek aan zorg of een gebrek aan deskundigheid? Hopelijk gaan gemeente en VGO voortaan zorgvuldiger te werk, want hier wordt, met uitzondering van de kwekerij, niemand beter van.

donderdag 26 augustus 2010

In gesprek met wethouder Oude Alink


Gisteren hadden Bert Roos en ik een gesprek met wethouder mevrouw Oude Alink van Groen Links over de bomenkap op de oude begraafplaats. We hebben onze punten ingebracht: allereerst is over de ingrijpende herinrichting van het kerkhof geen hoorzitting gehouden, waardoor omwonenden de mogelijkheid tot inspraak is onthouden. Ten tweede krijgt het belang van natuur en milieu in het herinrichtingsplan te weinig aandacht. Het gaat om een natuurrijk gebied dat zich decennia lang tamelijk ongestoord heeft kunnen ontwikkelen: ca. 60 soorten bomen en heesters, meer dan 20 soorten vogels, verder eekhoorns, egels en vleermuizen zijn er te vinden. We hebben in de discussie ingebracht dat iedereen het erover eens dat dit een bijzondere locatie is waar zorgvuldig mee moet worden omgesprongen. Naar ons idee is dat niet altijd gebeurd. Wij noemden de plattegrond die als bijlage aan de kapvergunning was toegevoegd en die wemelt van de fouten, waardoor het in sommige gevallen onduidelijk is welke bomen gekapt gaan worden. Wij noemden ook het gebruik van het gif Round Up op de stamresten van de in 2009 omgezaagde rododendrons. Wij vinden dat het gebruik van gif op deze natuurrijke plek ongepast. We hebben ook ingebracht dat er onjuiste argumenten zijn gebruikt om de kap te verdedigen, zoals het argument dat de te kappen bomen gebouwen zouden ondermijnen. Helaas zijn wegens tijdsdruk andere dubieuze en onjuiste argumenten niet aan bod gekomen, zoals de stelling dat coniferen niet bij linden zouden passen en dat ze graven links van het hoofdpad zouden ondermijnen. We hebben duidelijk gemaakt wat ons pas opgerichte actiecomité wil:

1. opschorting van de werkzaamheden,
2. het verbeterplan openstellen voor inspraak en
3. natuurwaarden zwaarder laten meewegen.

Resultaat van het gesprek: mevrouw Oude Alink wil niet dat het plan een heel nieuw inspraaktraject in gaat. Een globaal herinrichtingsplan is in 2008 door de commissie fysiek akkoord bevonden, en vervolgens is het in de gemeenteraad als hamerstuk aangenomen. Het is nog steeds de bedoeling dat er in november of december gekapt gaat worden. Maar vanwege de ontstane commotie wil zij omwonenden wel een mogelijkheid bieden om hun inbreng te geven. Wordt vervolgd.

dinsdag 24 augustus 2010

Gemeentelijk groenplan


‘Het is hoog tijd voor een “ander denken” over groen. Groen is in tegenstelling tot water nog te veel het vulmiddel van de stedenbouw. Bij de invulling van woon- en werkgebieden wordt groen nog steeds beschouwd als welwillend extraatje, waar altijd wel weer wat van af kan. Toch is groen wezenlijk voor gevoelens van welbevinden en veiligheid van mensen. Goed groen geeft ook een “rijk” gevoel, want het bepaalt in belangrijke mate de waarde van onroerend goed in een wijk. Deze feiten lijken nauwelijks een rol te spelen in het beleid van gemeenten. Maar de leefbaarheid van steden staat wel op het spel.'

Met deze woorden opent het Gemeentelijk groenplan, dat nu op het stadhuis ter inzage ligt. Dit plan vormt de basis van een structureel groenbeleid dat gericht is op versterking van het groen in en rond onze stad. Groen is belangrijk, zo valt te lezen, omdat het o.a. een gunstige invloed heeft op de geestelijke en lichamelijke gezondheid van mensen, maar ook omdat het een bijdrage levert aan een prettig microklimaat in de stad. Het absorbeert stof, dempt geluid en remt de wind. Het geeft schaduw en verkoeling en trekt dieren aan. Groen maakt de stad compleet. Fijn dat de gemeente dat allemaal op een rij heeft!

De natuurrijke oude begraafplaats is in de uitvoeringslijst groenprojecten onder Thiemsland terug te vinden als Contour Huize Hengel/Algemene begraafplaats. Het meest opvallend aan deze groennota vind ik de bijlage met een opsomming van stadsrandzones en groene eilanden, die voor de stad van belang zijn, zoals bijvoorbeeld ’t Weusthag, het Prins Bernhardplantsoen en de Bataafse Kamp. De begraafplaatsen Deurningerstraat en Oldenzaalsestraat worden terecht getypeerd als groene natuuroases van rust. Huize Hengel staat er in als pas ingerichte groen en- waterplek. Maar nergens zie ik de oude Algemene begraafplaats aan de Bornsestraat genoemd. Van verbazing neem ik de lijst nog eens door. Zou ik het over het hoofd hebben gezien? Nee, juist de gemeente heeft deze groene oase over het hoofd gezien...

Naschrift: de gemeente werkt sinds eind 2011 aan een nieuw groenplan; zie hier en hier.

maandag 23 augustus 2010

Oude begraafplaats rijk aan soorten


Soortenrijkdom is een kenmerk van een gezond ecosysteem. Behalve de ongeveer 60 soorten bomen en heesters zijn er op de oude begraafplaats talloze plantensoorten te vinden. Voor een deel gaat het om gecultiveerde soorten, maar ook talloze wilde planten hebben er vaste voet aan de grond gekregen. Bijzondere planten als aronskelk en wilde hyacint naast gewonere soorten als basterdwederik, madeliefje, stinkende gouwe, gewone en aarereprijs, helmkruid en vergeetmijnietje, en vlindertrekkers als speenkruid en koninginnekruid. Minimaal 7 soorten dagvlinders, waaronder atalanta, dagpauwoog, oranjetipje en boomblauwtje, en een onbekend aantal nachtvlinders bezoeken het kerkhof, naast twee libellensoorten die tussen de bomen op kleine insecten jagen. Voor het boomblauwtje zijn klimop en hulst van bijzonder belang, omdat deze vlinder juist bij voorkeur op het blad van deze heesters haar eieren legt. Helaas moeten de grote hulstbomen verdwijnen en ook zal veel klimop weggehaald worden als de herinrichting van het kerkhof ongewijzigd uitgevoerd gaat worden. Deze twee heesters zijn ook van belang voor enkele van de meer dan twintig vogelsoorten die op het kerkhof gesignaleerd zijn. De oude begraafplaats is de enige plek in en rond de binnenstad van Hengelo waar de natuur de afgelopen decennia min of meer haar gang kon gaan. Hoewel veel stadsgenoten dat zeer op prijs stellen en genieten van de ontstane natuurlijke rijkdommen in combinatie met de oude zerken op de graven van hen die ons voor gingen, is desondanks de kwetsbaarheid van dit kleine eldorado groot als gevolg van het verbeterplan, dat sinds 2009 ten uitvoer wordt gebracht. Zal het nog bijtijds lukken om hen die erover beslissen tot andere gedachten te brengen?

Stinkende gouwe langs het hek bij de Bornsestraat; boomblauwtje op rodondendronblad

woensdag 18 augustus 2010

Biodiversiteit en de oude begraafplaats


Op de oude begraafplaats aan de Bornsestraat is decennialang op een bescheiden manier onderhoud gepleegd. De natuur heeft zodoende veel ruimte gekregen, waardoor er vlakbij het centrum van onze stad een bijzonder gebied is ontstaan dat veel weg heeft van een gevarieerd bos met talloze soorten bomen en heesters en een afwisseling in jong en oud, hoog en laag, open en gesloten, licht en donker, en zelfs levend en dood hout. Naast 105 oudere bomen met een diameter van meer dan 20 cm staan er in deze groene long van minder dan een hectare nog tientallen jongere exemplaren. Inclusief heesters gaat het bij elkaar om circa 60 soorten. Het varieert van bijzondere exoten zoals atlasceder, japanse notenboom, levensboom en een tiental opvallende magnolia’s, tot echte inheemse soorten als hulst, taxus, zomerlinde, zomereik, beuk, berk en gewone esdoorn. Heesters als vlier, krentenboom, klimop en hazelaar zijn samen met de inheemse bomen van belang voor allerlei vogels, die dankbaar gebruik maken van de vele mogelijkheden om eten te zoeken. De kleine zaden van de berken zijn in trek bij zaadeters als kool- en pimpelmees. De pluizige zaden van de drie wilgen zijn niet geliefd bij vogels, maar daar staat weer tegenover dat wilgen interessant zijn voor insecteneters als de zwartkop, omdat ze veel soorten insecten kunnen herbergen. Hulstbessen zijn ideale winterkost voor merels, lijsters en kramsvogels. Geen wonder dat veel vogelsoorten het kerkhof weten te vinden. Naast de genoemde gaat het in elk geval om roodborst, winterkoninkje, fitis, vink, huismus, heggemus, boomkruiper, ekster, vlaamse gaai, kauw, zwarte kraai, houtduif en bonte specht, terwijl ook groene specht, boompieper, wilde eend, aalscholver en ijsvogel wel eens gesignaleerd zijn. Ook wordt het kerkhof bezocht door egels, die op zoek zijn naar insecten, wormen en slakken, en door 5-6 sierlijke eekhoorns, die uit zijn op eikels, beuke- en hazelnoten, en de denneappels van de twee fijnsparren. In de avondschemering vliegen er tussen de bomen talloze vleermuizen, die zich tegoed doen aan nachtvlinders en andere vliegende insecten. Zo veel rijkdom op zo’n klein stukje grond: een waardevolle plek die bescherming verdient!

zondag 15 augustus 2010

Grote Weerschijnvlinder


Deze schitterende Grote Weerschijnvlinder dook vorige maand op bij een midden steentijd opgravinglocatie langs de Sleutelweg aan de oostelijke stadsrand van Enschede. De kleur van de vleugels varieert onder invloed van de lichtval van bruin tot paarsblauw. Je krijgt hem maar zelden te zien, want hij leeft een groot deel van z’n leven hoog in de boomtoppen. Deze vlinder bezoekt zelden bloemen, maar neemt daarentegen mineralen op uit de grond. Ook komt hij af op zweetlucht. De Grote Weerschijnvlinder is in ons land zeer zeldzaam en wordt ernstig bedreigd.

Het jaar 2010 is uitgeroepen tot het internationale jaar van de biodiversiteit. De rijkdom aan levensvormen neemt wereldwijd gestaag af en ruim 3000 soorten planten en dieren staan op uitsterven. De afname van biodiversiteit ten gevolge van menselijke activiteiten ligt naar schatting een factor 1000 hoger dan de natuurlijke ontwikkeling. De oerwouden en de zeeën, beide schatkamers van de natuur, worden in hoog tempo respectievelijk gekapt en leeggevist. Als dat niet verandert, dan zal dat grote gevolgen hebben voor de levenskwaliteit van onze kinderen en kleinkinderen. We blijven afhankelijk van de natuur en haar rijkdommen, ook in onze technologisch ver doorontwikkelde maatschappij.

Ook in ons land is de biodiversiteit in de loop van de vorige eeuw sterk afgenomen als gevolg van ruilverkaveling en intensivering van de landbouw, staduitbreiding en verkeerstoename. Intensieve landbouwgebieden zijn voor veel wilde dieren nagenoeg onleefbaar geworden, omdat ze in de eentonige maïsakkers en raaigraslanden nauwelijks nog iets te eten vinden. In toenemende mate zoeken ze hun heil in de stad, waar het een paar graden warmer is, er een grote verscheidenheid aan leefmilieus bestaat en er bovendien niet gejaagd mag worden. Hoewel steden tegenwoordig soortenrijker zijn dan intensief gebruikte landbouwgebieden, zijn er ook daar ontwikkelingen gaande die de soortenrijkdom bedreigen. De helft van de broedvogels in steden neemt in aantal af. Nestplaatsen voor gierzwaluwen verdwijnen in hoog tempo, en een eens algemene broedvogel als de huismus staat inmiddels op de rode lijst van bedreigde soorten. Binnenstedelijk groen staat onder druk door o.a. de groeiende verstening van stadtuinen, door bouwprojecten en wegenaanleg. Als gevolg van deze veranderingen in de stad zijn er steeds minder zaden en insecten te vinden, waardoor vogels moeite hebben om zelf in leven te blijven en jongen groot te brengen.

dinsdag 10 augustus 2010

“Dien elkaar door liefde”


Deze spreuk tooit het beeld dat Piet Hamer in 1977 maakte van Frederika ter Horst, uitkijkend over de lindelaan op de oude begraafplaats. Het is dit jaar precies een eeuw geleden dat zij uit bezorgdheid over de ontwikkelingen rond dit kerkhof het initiatief nam om enkele invloedrijke mensen bij elkaar te roepen. Er was een nieuwe begraafplaats aan de Oldenzaalsestraat ontstaan, terwijl het oude kerkhof er verwaarloosd bij lag. De door de gemeente aangestelde doodgraver kon het onderhoudswerk niet aan. Brandnetels dreigden alles te overwoekeren. Ook hing sluiting en ontruiming op termijn in de lucht.

Met dit initiatief stond deze eigenzinnige en artistieke vrouw, die graag een jongen was geweest om naar de kunstacademie te kunnen gaan, aan de wieg van de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud (VGO). Op 19 januari 1912 werd deze voor die tijd unieke vereniging opgericht. Het doel van de vereniging was zorg te dragen dat de eigen graven op de oude begraafplaats onaangeroerd zouden worden gelaten. Dat trachtte men te bereiken door de graven goed te onderhouden. Binnen een jaar waren er al bijna 400 leden en beschikte de nieuwbakken vereniging over een flink startkapitaal van f 6500. In 1915 werd het totale onderhoud van de begraafplaats door de gemeente aan de VGO overgedragen, waarbij de lasten voor rekening van de vereniging kwamen. Frederika ter Horst, een enthousiast tuinierster, zorgde voor nieuwe aanplant. Ze was erg verknocht aan het kerkhof en liet bij haar overlijden op17 augustus 1938 haar volledige vermogen na aan de VGO.

Nadat de begraafplaats in 1950 voor begraven gesloten was verklaard dreigde per 1980 ontruiming. Voordat het zover was deed het verenigingsbestuur echter een succesvolle poging om de begraafplaats op de monumentenlijst te krijgen. Dat lukte in 1970. Zeven jaar later werd met de gemeente overeen gekomen dat de gemeente de volledige kosten van het groenonderhoud zou dragen. Het onderhoud van graven en hekken bleef voor rekening van de VGO.

Honderd jaar na het initiatief van Frederika ter Horst is er opnieuw onrust over ontwikkelingen rond de oude begraafplaats. Dit keer gaat het niet om een gebrek, maar om een te verwachten overmaat aan onderhoud. Veel van de schoonheid van deze plek, die zich geleidelijk aan in een proces van decennia heeft kunnen ontwikkelen, dreigt gedachteloos weggepoetst te worden. De VGO heeft de plannen voor een radicale herinrichting gesmeed, terwijl het er niet op lijkt dat daarbij voldoende zorgvuldigheid in acht is genomen. De gemeente draait voor de kosten op en is verantwoordelijk voor de uitvoering. Is dit particulier initiatief anno 2010?

dinsdag 3 augustus 2010

Onder vuur

‘Hier geldt noch tijd noch duur’, kopte de Tubantia gisteren boven een artikel over de recreatieve waarde van de oude begraafplaats. Was het maar waar! De tijd loopt spoedig af voor een deel van het historische groen op deze bijzondere plek. Nog een week of tien, dan gaat de zaag in een veertigtal oudere bomen. Dat is tenminste de bedoeling van het op nostalgie berustende verbeterplan van de VGO. Formeel aangelegd was het ver terug in de vorige eeuw, en zo zal het opnieuw zijn.

Het is al weer 3 weken geleden dat Radio Hengelo de laatste Onder Vuur van het afgelopen seizoen uitgezond. Dat was op de avond van de storm. Een van de items was de oude begraafplaats en de aanleiding was dat de monumentencommissie van de gemeente zich gepasseerd had gevoeld. De herinrichtingsplannen waren niet aan haar voorgelegd, terwijl er wel een monumentenvergunning nodig was. Achter de tafel zaten de nieuwe voorzitter van de commissie, dhr. De Gruil, en verder Gezinus Knegt van Pro Hengelo en wethouder Janneke Oude Alink. De herinrichting ontlokte weer kritiek bij enkele insprekers en dhr. Hamer riep de wethouder op om de uitvoering van de plannen stil te leggen. Dat is inmiddels gebeurd. In juni liet de gemeente nog weten dat half augustus de werkzaamheden hervat zouden worden, maar dat is uitgesteld tot na 25 augustus. Die dag staat er een gesprek op de rol tussen wethouder Oude Alink, dhr. Bert Roos, die naast de begraafplaats woont, en ik. Op het zogenaamde verbeterplan van de VGO valt het nodige af te dingen en er zijn steeds meer signalen dat er slordig is gewerkt. Wij streven ernaar dat het plan in elk geval op onderdelen bijgesteld wordt, zodat een aantal gezonde en waardevolle bomen voor de stad behouden blijft. Pro Hengelo heeft onlangs een brief aan B&W geschreven met het voorstel om van de herinrichting een politiek item te maken. Dat is een welkome steun in de rug. Hopelijk sluiten andere politieke partijen zich daarbij aan. Oude bomen kappen is gemakkelijk, maar als het werk gedaan is krijg je ze niet zomaar weer terug…

woensdag 28 juli 2010

Een hart voor bomen

Schetsontwerp voor een bomenhart in Thiemsland                  

Honderden stammen zijn te dik voor de versnipperaar, waar alles tot 40 cm diameter in verdwijnt. Wat te doen met alle resterende bomen van de windhoos van 12 juli? Mijn idee is om een groot aantal stammen in verschillende lengtes recht overeind tegen elkaar te zetten in de vorm van een lindeblad. Lindebomen werden van oudsher geassocieerd met liefde en vruchtbaarheid. Het blad is hartvormig en je kunt er een boom in zien.

De opbouw moet zo zijn dat er een geleidelijk niveauverschil ontstaat tussen top en voet. De voet zou iets verzonken moeten worden, zodat het lijkt of het geheel in de grond wegzakt, of er juist uit te voorschijn komt. Dat is ook precies wat er vervolgens zou moeten gebeuren. Langzaam aan zullen de stammen vermolmd raken, de een sneller dan de ander. Ze vormen zo een voedingsbodem voor nieuw leven. Eerst zullen mossen en paddestoelen verschijnen, jaren later planten en nog veel later, waarschijnlijk pas na decennia, heesters en bomen. Het gaat om twee tegengestelde bewegingen. Het verval van de stammen is een beweging richting de aarde, terwijl het ontstaan van nieuw leven een beweging is richting de hemel. Een oefening in geduld.

Het hart is gesitueerd in Thiemsland langs het wandelpad dat in het verlengde van het Heemafstraatje ligt, maar kan natuurlijk op een andere locatie gerealiseerd worden, als er maar plek is voor iets van pakweg 10 bij 15 meter. Staat het eenmaal, dan moet de tijd haar werk kunnen doen. Belangrijk is dat het met rust gelaten wordt, wat wil zeggen dat er geen groenonderhoud wordt gepleegd. De natuur moet er ongestoord haar gang kunnen gaan. Zo zou na verloop van tijd een microreservaat kunnen ontstaan met bijzondere planten- en dierensoorten. Dat is natuurlijk ook afhankelijk van de aantallen mensen die deze plek gaan gebruiken. Het is weliswaar geen speelobject, maar het is wel mogelijk het te betreden.

Mijn ontwerp benadrukt de liefde voor het leven en berust op de gedachte dat leven en dood onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden; het een komt voort uit het ander.

Lees hier Bomenhart in aanbouw, en hier Een hart voor bomen, deel II

dinsdag 20 juli 2010

Een tweede leven


De zomerstorm van vorige week maandag betekende alleen al in Hengelo het vroegtijdige einde voor ongeveer 500 bomen. De helft waaide om en de andere helft is of wordt gekapt vanwege ernstige beschadiging en de risico’s die dat met zich mee kan brengen. De gemeente wil een gedeelte van deze bomen een tweede leven geven en roept iedereen op die een goed idee heeft voor een herbestemming om dat door te mailen of te bellen (wijkaanpak@hengelo.nl; 074-2459231). Dat kan tot 30 juli. Banken en krukjes liggen voor de hand, maar ook andere ideeën zijn welkom. Ook een kunstwerk is mogelijk. Voorwaarde is wel dat het resultaat geplaatst wordt in de openbare ruimte op een zachte ondergrond, zoals gras.

In de zomer van 2005 maakte ik uit een groot aantal stukken en stukjes hout het werk ‘de kersenboom’ in het voormalige politiebureau aan de Marskant, dat korte tijd later gesloopt is. Ik gebruikte stamdelen, takken en takjes, schors en houtsnippers van gekapte Hengelose bomen van allerlei soorten, die ik in de jaren daarvoor verzameld had. Ik bouwde het op in een van de oude kantoren, waardoor het niet groter kon zijn dan 7 bij 3 meter. Met een deel van de bomen die op 12 juli neer gegaan zijn zou op een dergelijke manier een nieuwe ‘boom’ gemaakt kunnen worden, als een ode aan alle bomen die op deze dag hun einde vonden. Met de hoeveelheid hout die nu voor handen is zou zoiets veel en veel groter uitgevoerd kunnen worden, bv. 30 bij 10 meter. Dan heb je een monument, een plek die herinnert aan deze gedenkwaardige storm die zoveel bomen fataal werd, maar die gelukkig in onze gemeente geen mensenlevens eiste.

vrijdag 16 juli 2010

Monument


Als een monument ter nagedachtenis aan een gevallen reus staat het restant van de alom bekende oude eik bij de Waarbeekschool aan de Twekkelerweg nog aan de straatrand te wachten op wat komen gaat. De windhoos van 12 juli maakte een einde aan het leven van deze oudste boom van Hengelo. Naar schatting dateert hij van rond 1750. Hij groeide op langs de oude kronkelweg naar Twekkelo, te midden van heidevelden die toebehoorden aan de marke Groot Driene. Bij de verdeling van de marke rond 1850 kwam de grond waarop hij stond in particulier bezit en werd begonnen met het in cultuur brengen van dit eertijds gemeenschappelijke bezit. De gemeente kocht het perceel in 1903 van de familie Groothuis voor f 1,25/m2 om er de Waarbeekschool op te bouwen. Eigenaar Jan Hendrik Groothuis stelde bij de verkoop de voorwaarde dat de gemeente de eik in de voortuin niet zou kappen. De gemeente heeft zich daar gelukkig aan gehouden, ook al werd de boom bij het recht trekken en verbreden van de Twekkelerweg een obstakel van formaat.

Zoals zoveel zeer oude bomen had ook deze eik een holle stam. Het uithollen van de stam is een natuurlijk proces, waarbij het dode kernhout vermolmd raakt. Een holle stam vormt geen gevaar voor een boom, behalve als er een scheur ontstaat, zoals bij deze eik aan de achterkant ooit gebeurd is. In het verleden is al eens de hulp van een boomchirurg ingeroepen, die reparaties aan de stam heeft uitgevoerd. Alle stormen en andere gevaren overleefd, tot op die ene…

De eik bij de Waarbeekschool in betere tijden, © Jozef de Bot                      
Jozef de Bot, de Hengelose kunstenaar die bekendheid geniet door o.a. zijn tekeningen van de stad en haar ontwikkeling, heeft deze monumentale zomereik jaren geleden in een van zijn werken vereeuwigd. Door de inzet van klompenmaker en natuurliefhebber Jan Hendrik Groothuis hebben we nog een eeuw van deze fraaie boom kunnen genieten.

donderdag 15 juli 2010

Zomerstorm


Deze honderdjarige eik aan de Drienerparkweg heeft de zomerstorm van 12 juli niet overleefd. In korte tijd richtte een over Hengelo trekkende windhoos een spoor van vernielingen aan. De gevolgen van het noodweer zullen nog lang zichtbaar zijn, want er zijn heel veel bomen omgewaaid of beschadigd. De Grundel is een van de buurten die zwaar is getroffen. Overal, in particuliere tuinen en langs de straten, zijn bomen omver gegaan of zo zwaar beschadigd dat kappen onontkoombaar is. De prachtige Grundellaan mist 5 oude linden. In de Breukersweg werd een monumentale eik omver geblazen die 3 huizen zo ernstig beschadigde, dat de bewoners geëvacueerd moesten worden.
Ook de Enschedesestraat heeft een harde klap gehad en verloor een groot aantal iepen. Tussen de Grundellaan en de Kuypersdijk staan er nu nog maar drie overeind. Wat over blijft is een kale boel. Aan de Bataafse Kamp gingen 3 oude bomen om en kastanjes in het Bernhardplantsoen verloren dikke takken. Ook in Veldwijk gingen prachtige oude linden tegen de vlakte. De verliezen aan bomen zijn bij een hevige zomerstorm vaak groot, omdat alle blad nog aan de takken zit. De luchtweerstand is daardoor veel groter dan in de herfst of winter.

Op de oude begraafplaats ging gelukkig geen enkele boom verloren. Er vielen wat kleinere takken omlaag van de lindebomen langs de lanen en dat was alles. Niet de storm maar de mens is daar de grootste vijand van het groen. Nu Hengelo in één klap een groot aantal fraaie bomen kwijt is geraakt zou dat een reden te meer moeten zijn om zuinig te zijn met wat we nog hebben. Het getuigt niet van wijsheid om tientallen gezonde bomen op te offeren voor een plan dat beoogt om het kerkhof een formeler karakter te geven. Een modegril onder de vlag van duurzaam beheer, veel meer is het niet. We hebben dat groen veel te hard nodig om de stad leefbaar te houden.

vrijdag 9 juli 2010

Een vrouwelijke boom


Lindebomen hadden lang geleden een religieuze betekenis. Zij werden door Keltische en Germaanse volkeren beschouwd als vrouwelijke bomen en geassocieerd met Freya, godin van de liefde en de vruchtbaarheid, wier naam terug te vinden is in vrijheid, vrijen en vrijdag. Met de productie van duizenden zaadjes per boom zijn linden zeker een toonbeeld van vruchtbaarheid.

Bij de kerstening van ons land werden de kerken vaak gebouwd op plekken waar voordien heidense bijeenkomsten werden gehouden, zoals op de plaats van heilige bomen, meest linden en eiken. Aanvankelijk werden ze gekapt in opdracht van missionarissen om zo de overgang naar het christendom te stimuleren, maar daar kwam men van terug. Het was effectiever om gebruik te maken van deze heidense elementen door een nieuwe kerk naast een heilige linde te bouwen. De linden werden verbonden met de heilige maagd Maria.

Volgens de overlevering heeft ook naast de in 1840 gesloopte kerk op de oude begraafplaats een linde gestaan, die in het midden van de 18e eeuw vanwege ouderdomsgebreken gekapt zou zijn. Waarschijnlijk is deze boom geplant bij de bouw van de kerk in de 14e of 15e eeuw, maar het kan ook zijn dat deze linde dateert van de bouw van een nog oudere kerk. Linden kunnen immers tot 1000 jaar oud worden. In 1901 maakte L.M. Steenbergen aan de hand van verhalen die nog leefden onder de Hengelose bevolking een reconstructieschilderij van het Huys Hengelo en de bijbehorende kerk op de begraafplaats. Daarop is te zien dat er een hoge lindeboom stond vlakbij de kerk op een plek niet ver van waar nu de linde staat die de VGO wil kappen. Zou het niet heel mooi zijn om die linde daar toch te laten staan, als een zichtbare band met het verleden? De nadelige effecten voor de naastliggende magnolia zijn te ondervangen door het opsnoeien van de linde. Lindebomen kunnen zelfs een stevige snoei prima verdragen. Het is spijtig dat de VGO zich zó blind staart op terugkeer naar de situatie tussen de wereldoorlogen dat dit groene erfgoed geen waarde wordt toegekend. Natuurlijke opslag moet van de VGO het veld ruimen, maar is deze boom wel natuurlijke opslag?