Aanbevolen post

Schilderijen

Na verhuizing van mijn website www.robbloemendaal.nl is hier een selectie van mijn schilderijen te zien. Beschikbaarheid binnen deze serie: ...

vrijdag 12 november 2010

Klankborden II


Gisteren ontmoette ik op de oude begraafplaats een bezoeker die daar al meer dan dertig jaar een band mee heeft. Hij droeg het hart op de tong en liet zich zeer kritisch uit over de gang van zaken, zoals de kap van tientallen rododendrons in 2009, en de behandeling met gif van de stobben, om te voorkomen dat ze het jaar daarop weer zouden uitlopen. Hij vertelde over een bijzondere conifeer die bij een van de graven stond, zo bijzonder dat een kweker daar af en toe voorzichtig stekjes van mocht nemen. Plotseling was die boom verdwenen. ‘Ze (de bestuurders van de VGO, RB) willen straks allemaal met een gouden harkje opgespeld lopen’, refereerde hij aan het aanstaande eeuwfeest van de vereniging in 2012. Nee, de VGO kwam er niet best vanaf.


Enkele van de vier grote coniferen midden op het kerkhof
die alle zouden moeten verdwijnen. Twee blijven behouden.

Het verhaal van deze man sloot prima aan bij mijn groeiende bezorgdheid over de gang van zaken tot nu toe. Het lijkt er steeds meer op dat de plannenmakers van de VGO niet goed weten waar ze mee bezig zijn. Dat blijkt niet alleen uit het voorval met de rododendrons; de voorbeelden liggen voor het oprapen. Zo willen ze de groene wand van 10 coniferen langs de Bornsestraat volledig weghalen, inclusief de fraaie magnolia die erachter verscholen zit. Op die plek kan dan een twaalf apostelenboom geplant worden. Dat zijn 12 lindebomen die allemaal in één plantgat gaan en dan op den duur met elkaar vergroeien, wat een bijzondere vorm oplevert. Een mooi idee, maar waarom juist op deze plek? De groene wand sluit het kerkhof zo mooi af van de drukke Bornsestraat, zomer en winter. Maar waar het hier in de eerste plaats om gaat is het feit dat er vorig jaar een kapvergunning is aangevraagd voor maar 7 van de 10 coniferen, alle met een diameter van 30 cm. De drie die dikker zijn, waaronder een levensboom met een diameter van ruim 60 cm, mogen dus niet gekapt worden. En dat is maar goed ook, want ik betwijfel of er in onze stad een levensboom staat van vergelijkbare omvang. Dan is er verderop op het kerkhof een vergelijkbare situatie: 4 grote coniferen, twee links en twee rechts van de lindelaan, zouden moeten verdwijnen. Dat kan niet, want voor slechts drie ervan is een kapvergunning aangevraagd. Ook wil men een berk en een lijsterbes kappen, wat niet door gaat, want er is geen kapvergunning voor verleend.

Wat de VGO nu opbreekt is dat vorig jaar al vast begonnen is met kappen zonder dat er een deugdelijk plan ligt. Het lijkt erop dat de bestuurders wel erg hard van stapel zijn gelopen en te weinig nagedacht hebben wat ze nu eigenlijk willen. Je zou mogen verwachten dat als een kapaanvraag wordt ingediend er ook een uitgewerkt plan ligt wat er daarna moet gebeuren. Helaas was dat niet zo. Er zijn wel ideeën, maar de andere (inmiddels afgetreden) groencommissaris van de VGO, de ontwerper en drijvende kracht achter de herinrichtingsplannen, wilde daarover eerder dit jaar tegenover mij niets loslaten. In augustus zou de gemeente tijdens ons gesprek met de wethouder inzage verschaffen, maar het kwam er niet van. Eergisteren vroeg ik er opnieuw naar, maar volgens de heer Huisstede van de gemeente was het nog steeds niet af. De vraagtekens worden groter en groter. Wat is hier eigenlijk aan de hand?

‘Denk aleer gij doende zijt, en doende denk dan nog’. Taal uit de oertijd, maar ook een wijze les die een oude onderwijzer op de lagere school mij vroeger mee gaf. Ik hoor het hem nog zeggen, die bijzondere man. Geen gemakkelijke opgave, maar wel het proberen waard.

donderdag 11 november 2010

Klankborden


Mosrijke vederesdoorn
‘Even klankborden’ staat dit jaar in de top tien van de Nederlandse vaagtaal; taaluitingen die opvallen door hun vage en onbestemde inhoud. Gistermiddag was de door de gemeente samengestelde klankbordgroep bijeen op de oude begraafplaats in verband met de herinrichtingsplannen en de daarmee samenhangende kap van 35-43 bomen. Met amper zes graden was het koud, koud, koud. Na maar liefst drie uur slenteren van boom naar boom was iedereen blij weer naar binnen te kunnen. Aanwezig waren van de gemeente de heren Huisstede, stadsdeelhoofd midden, en Groothuis, stadsdeelbeheerder, van de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud de heren Jonkman, voorzitter, en Schoolkate, groencommissaris, van de gemeentelijke monumentencommissie de heer De Gruil, verder de heer Ten Vaarwerk van de bomenwerkgroep van de Natuur- en Milieuraad, en twee leden van het actiecomité tegen de bomenkap, de heer Roos en ikzelf. Ik miste eigenlijk iemand van de nabestaanden van hen die er begraven liggen. Van de donateurs was evenmin iemand uitgenodigd, hoewel ook in die hoek veel betrokkenheid bij het kerkhofje aanwezig is.

We hebben een aantal kritische kanttekeningen gemaakt bij de voorgenomen kap van een aantal bomen. Punt van discussie was bijvoorbeeld de linde links van het hoofdpad, die te dicht tegen een oude magnolia zou staan. Ik heb ervoor gepleit om deze te behouden om drie redenen. Allereerst is dit de enige inlandse linde op het hele terrein. Schoolkate bestreed dat het een inlandse linde is, maar hij wist niet wat het dan wel was. Ik voerde ook aan dat op ongeveer dezelfde plek in vroeger tijd ook een linde heeft gestaan en dat deze ongeveer 40 jaar jonge linde een band met vroegere tijden zichtbaar maakt. Tevens fungeert deze boom als een scherm, dat de toekomstige woontoren, die ooit op het terrein erachter zal verrijzen, aan het oog kan onttrekken. Dat de magnolia zich naar één kant niet verder kan ontwikkelen kun je ook voor lief nemen.

Verder hebben we o.a. gepleit voor het behoud van de atlasceder en van een vederesdoorn op het achterste deel van het kerkhof. Deze vederesdoorn is bijzonder omdat de stam veel mos en korstmos een plek biedt. De atlasceder is een imponerende boom die veel mensen de moeite waard vinden. Iemand heeft er een speciale band mee en legt regelmatig bloemen aan de voet van deze boom. Vanuit de VGO kwam meteen protest dat het handhaven van deze bomen afbreuk zou doen aan het door de andere groencommissaris, de heer Veelenturf, ontworpen plan, dat uit gaat van zichtlijnen. En dan kwam ik ook nog eens met de wens om het bemoste middenpad op dat deel van het kerkhof te handhaven vanwege de aanwezigheid van een vrij zeldzame korstmossoort (soredieus leermos), terwijl het plan dit pad ziet als de centrale as van dit deel van het kerkhof, een pad dat net als de lindelaan met kiezels verhard moet worden. Dat zou natuurlijk het einde betekenen van de mos- en korstmosflora op die plek. De KNNV, de vereniging van veldbiologen, wordt door de gemeente om advies gevraagd. Wordt vervolgt.

vrijdag 5 november 2010

Waardevolle boomstronken


De afgelopen 10-15 jaar zijn er op de oude begraafplaats een stuk of 15 bomen vanwege uiteenlopende redenen omgezaagd. Enkele zijn omgewaaid of gingen dood, of er was wel iets anders. Een aantal stond waarschijnlijk te dicht op de erfgrens met de nieuwbouw aan Dorset. Dat waren vooral flinke berken, zoals er nu nog een drietal staan naast het pad bij de moestuin. De stobben zijn in de grond blijven zitten en  vormen inmiddels een aantrekkelijk micromilieu voor paddestoelen. Elfenbankje, zwavelkopje en geweizwam zijn maar enkele voorbeelden van de soorten die het daar op het dode hout prima doen. Dat maakt boomstronken waardevol en het behouden waard.

De plannen om het kerkhof zo veel mogelijk in de ‘oorspronkelijke staat’ terug te brengen, wat wil zeggen de situatie van ongeveer een eeuw geleden, kunnen leiden tot de kap van tientallen bomen. Na de kap zullen de boomstronken weg gefreesd worden, zodat er niets meer zichtbaar is en op de plek eventueel iets anders gepoot kan worden. Het is heel goed mogelijk dat de oude stobben in één moeite door geruimd gaan worden. ‘Opgeruimd staat netjes’ is voor thuis een mooie spreuk, maar buiten in de natuur is het al snel de dood in de pot. Het verwijderen van de oude stobben zal leiden tot een flinke verarming van de paddestoelenflora, die op dit kleine gebied van 0,7 hectare bestaat uit zeker dertig soorten. Het is niet waarschijnlijk dat er midden in de stad nog een tweede gebied te vinden is met zo’n rijkdom aan paddestoelen. Daarom moeten we zorgvuldig om gaan met dit waardevolle biotoop.

woensdag 3 november 2010

Vlammen


Na een aantal dagen met weinig wind is het vandaag harder gaan waaien en dat veroorzaakt veel bladval. Nog steeds is het prachtig op de oude begraafplaats, waar allerlei herfsttinten variërend van geelgroen via allerlei nuances in geel tot oranje en rood je ogen aangenaam verrassen. Vooral de 3 handpalmesdoorns dicht bij de hoofdingang zijn overweldigend. In de zomer heeft hun blad een paarsbruine tint, die aan het begin van de herfst verandert in oranjebruin. Nu vlammen ze in een oogverblindend rood, zoals geen enkele andere boom of heester ze op deze plek na doet.

Handpalmesdoorns zijn in tuinen populair vanwege de fraaie herfsttinten. Het is een van de kleinste esdoornsoorten. In Japan zijn een enorm aantal cultivars ontstaan die veel van elkaar verschillen, wat mogelijk is omdat de handpalmesdoorn van nature al een heel variabele soort is. Deze drie bomen zijn dunner dan 20 cm en vallen daarom net als onder andere enkele magnolia’s, treurbeuken en een ginkgo niet onder de beschermende werking van de bomenverordening. Het is dan ook  nog onduidelijk of ze de herinrichting van het kerkhof zullen overleven. Daar komt volgende week vast verandering in als de klankbordgroep, die door de gemeente is samengesteld, uitgebreid geïnformeerd wordt over de herinrichtingsplannen. In de klankbordgroep nemen zitting een lid van de gemeentelijke monumentencommissie, een bestuurder en een groencommissaris van de VGO, Wim ten Vaarwerk, lid van de Hengelose bomenwerkgroep van de Natuur- en Milieuraad, Bert Roos als aanwonende en ikzelf.

vrijdag 29 oktober 2010

Nacht van de Nacht


Licht in de duisternis geeft een veilig gevoel. Als je niets meer ziet kan dat nogal beklemmend zijn. Ik herinner me een tocht door een oerwoud na zonsondergang; het was zo snel donker geworden dat ik mijn voeten nauwelijks nog zag en soms als een blindeman mijn weg moest zoeken, terwijl er verderop een gehuil losbarstte: vechtende apen of een tijger? Dan ben je wel blij als je het kamp weer bereikt hebt. Bij een andere gelegenheid, in de binnenlanden van Spanje, doorwaadde ik een rivier bij het licht van de sterren. Dat was een erg prettige ervaring, nog zo veel kunnen zien bij zo weinig licht. Als je daar naar boven kijkt weet je weer waarom de Melkweg heet zoals hij heet.

De oude begraafplaats bij nacht in 1991
En dan was er nog een heel andere voettocht, in de nacht van 25 op 26 november 2005, toen er zo veel sneeuw was gevallen dat al het verkeer vast was gelopen. Ik was gestrand in Oldenzaal en besloot te voet verder te gaan, over binnenwegen. Al van verre, ik was nog niet eens op de helft, gaf een enorme lichtkoepel de richting aan. Te midden van bos en veld was het onwaarschijnlijk licht, zo licht dat je de krant haast kon lezen. De lichten van onze stad weerkaatsten tegen de laaghangende bewolking, en dan opnieuw tegen het sneeuwdek, waardoor alles aangelicht werd. Wat een wonderlijke ervaring!
 
Als het aardedonker is in de stad is dat bepaald onveilig, en daarom is het goed dat er straat- en andere verlichting is. Maar we zijn met z’n allen wel heel erg doorgeschoten. Overmatige verlichting kan het dag- en nachtritme van mensen en dieren in de war brengen. Tijdens de Nacht van de Nacht schakelen morgenavond de gemeente, de bibliotheek en tenminste 26 andere instellingen en bedrijven niet essentiële verlichting uit om zo de aandacht te vestigen op dit groeiende probleem.

Gelukkig zijn er nog steeds donkere plekken in de stad in de vorm van parken en andere groene longen. De oude begraafplaats is er daar één van. Het is waarschijnlijk de donkerste plek in of nabij het Hengelose centrum. Dat heeft niet alleen te maken met het ontbreken van lantaarns op het terrein, maar ook met de vele bomen die werken als een scherm tegen het licht dat van buiten komt. Als daar gaten in geslagen worden, zoals in de bedoeling ligt, gaat dat ten koste van de schaarse duisternis. Duisternis is een zeldzaam goed aan het worden.

donderdag 28 oktober 2010

In de ban van het gif


‘Onkruid vergaat niet’, heet het, maar onkruidverdelgers weten er wel raad mee. Tot begin deze maand stonden tegen het hek dat de oude begraafplaats scheidt van de Bornsestraat een flink aantal wilde planten, vooral stinkende gouwe, die maandenlang gebloeid heeft met fraaie, gele bloemen. Ook elders op het gedeelte van het kerkhof dat in bezit is van de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud, een strook aan de noord- en westkant, sneuvelde inheemse flora, o.a. een jonge vlier. Enkele weken geleden is daar gespoten met een verdelgingsmiddel met een traag werkende stof, zodat het even duurde voordat de gevolgen volledig aan het licht kwamen. De trage werking duidt op het gebruik van glysofaat, het werkzame middel in Round Up. Dat is tegenwoordig een veelgebruikt gif, niet alleen in de land- en tuinbouw, maar ook bij veel gemeenten en particulieren is het populair geworden om stoep en tuinpad van groen te ontdoen. Het middel heeft de naam veilig te zijn voor zowel mens als milieu, omdat het vrij snel zou worden afgebroken. Er duikt echter steeds meer informatie op waaruit afgeleid kan worden dat dit bepaald geen onschuldig middel is. In regio’s in Argentinië, waar het gebruik hoog is vanwege sojateelt, zit het aantal gevallen van kanker, geboorteafwijkingen, long- en huidziekten sterk in de lift. Vorig jaar brachten bezorgde Argentijnse onderzoekers naar buiten dat embryo’s van amfibieën die in contact waren gebracht met een zeer sterk verdunde oplossing van glysofaat een kleinere kop en een afwijkend zenuwstelsel ontwikkelden. ‘Het is duidelijk dat glyfosaat niet onschadelijk is en dat het niet afbreekt, maar zich opstapelt in cellen’, aldus een van de onderzoekers. ‘Men kan er vanuit gaan dat wat met amfibieën gebeurt ook met mensen kan gebeuren.’

Wie thuis het eigen milieu wil verpesten moet dat natuurlijk helemaal zelf weten, maar in dit geval gaat het om de openbare ruimte. Je moet er toch niet aan denken dat je daar onwetend een met vergif behandelde bloem of blad aanraakt, of juist voorbij loopt op de stoep tijdens een bespuiting. Waarom men vergif gebruikt om zich van een paar onwelgevallige plantjes te ontdoen is mij helemaal een raadsel  Het probleem is toch simpel op te lossen met een schoffel? Of is de VGO zo in de ban geraakt van het ‘onschuldige’ glysofaat dat zij niet anders meer weet? [NB zie naschrift] Het is immers niet de eerste keer dat het door of in opdracht van de vereniging gebruikt wordt, want vorig jaar werd het ook uit de kast gehaald om te voorkomen dat de tientallen gekapte rododendrons opnieuw zouden uitlopen. Je gaat je zo langzamerhand afvragen welke waarde de VGO toekent aan de natuur in deze bijzondere en soortenrijke stadsoase.

Naschrift: Tijdens de bijeenkomst van de klankbordgroep op 10 november bleek dat de VGO geen opdracht heeft gegeven om gif te spuiten op de wilde planten langs het hek aan de Bornsestraat. Dat was een initiatief van een werknemer van een onderhoudsbedrijf dat werkzaamheden op de begraafplaats uitvoerde. Deze persoon handelde geheel op eigen gelegenheid, aldus een woordvoerder van de VGO, en hij is inmiddels ter verantwoording geroepen.

zondag 24 oktober 2010

Klein grut


Ons land kent behalve een slordige 1400 soorten hogere planten ook nog eens zo’n 600 soorten mossen en bijna 700 soorten korstmossen; nietige plantjes waar je gemakkelijk aan voorbij kunt gaan. Korstmossen zijn schimmels die samenleven met een wier of een alg. Deze symbiose is vaak zo hecht dat ze niet zonder elkaar kunnen. Korstmossen halen hun voedsel grotendeels uit de lucht en groeien vooral op plaatsen waar ze door zaadplanten niet verdrongen kunnen worden, zoals op steen, boomschors of mosrijke bodems. Ze groeien vaak uiterst traag, soms maar een tiende van een millimeter per jaar. Mossen zijn archaïsche en primitieve sporenplanten, die in tegenstelling tot korstmossen wel blaadjes hebben. Ze zijn bij veel mensen helaas niet populair.

‘Mos hoort niet op een pad’, zo kregen enkele bezoekers in het voorjaar te horen tijdens een voorlichtingsdag over de herinrichting van de oude begraafplaats. Het schijnt de bedoeling te zijn om de paden te ‘bekiezelen’ en de kiezels met de bovenlaag van de grond te vermengen. Dat kan het einde betekenen van enkele bemoste paden in het achterste deel van het kerkhof. Op het hele kerkhof zijn enkele tientallen soorten mossen en korstmossen te vinden, vooral op bomen en graven. Een stuk of tien soorten groeit op paden, zoals parapluutjesmos, dat zijn naam dankt aan de kleine parapluutjes die in het voorjaar omhoog schieten en die de sporen verstrooien. Ook korstmossen als klein bekermos en een vrij zeldzame soort leermos komen daar voor. Omdat kostmossen hun voedsel uit de lucht halen, zijn ze erg vatbaar voor luchtvervuiling. Bijna de helft van de inheemse soorten staat op de rode lijst van kwetsbare en bedreigde soorten. Uit oogpunt van behoud van soortenrijkdom zou het verstandig zijn om in elk geval een deel van de bemoste paden te behouden. Hetzelfde geldt overigens voor het restaureren en schoonmaken van de graven. Mosgroei kan grafstenen onleesbaar maken, maar mos tast de stenen niet aan. Een spic en span benadering is dan ook ongewenst en niet noodzakelijk.


V.l.n.r.: parapluutjesmos, klein bekermos en soredieus leermos




woensdag 20 oktober 2010

Hechtkracht tien: klimop


Als je in oktober nog vlinders wilt zien, kijk dan eens bij klimop, want deze houtige liaan van onze gematigde streken bloeit juist in de herfst, als er al niet zo veel andere bloemen meer zijn. Op oudere klimop ontstaan bloemtrossen die een zachte, aangename geur verspreiden. De overvloed aan onopvallende kleine, groengele bloemetjes leveren een overdaad aan nectar en stuifmeel. Bijen, zweefvliegen, kevers en vlinders, zoals distelvlinder, atalanta, gehakkelde aurelia en dagpauwoog, worden er door aangetrokken. Nachtvlinders vinden er overdag dekking. Citroenvlinders overwinteren tussen het blad en boomblauwtjes zetten er hun eieren op af. Klimop is ook een goede slaap- en schuilplaats voor allerlei vogels, en leent zich ook goed voor de bouw van nesten. De zwarte bessen zijn pas in het voorjaar rijp en worden dan onder meer door lijsters, spreeuwen en duiven gegeten.

Klimop is net als taxus en hulst al heel lang een typische kerkhofplant. Klimop is een zinnebeeld voor trouw vanwege de enorme hechtkracht, maar ook voor eeuwig leven, omdat het blad altijd groen blijft. Op grafzerken werd het wel gebruikt als symbool voor onsterfelijkheid. In het Egypte van de farao’s was de klimop gewijd aan Osiris, god van de vruchtbaarheid en de wederopstanding, en heerser over het dodenrijk.

Nog steeds is op de oude begraafplaats veel klimop aanwezig, zoals bij de betonnen afscheiding achter op het kerkhof. Waar elders op het terrein klimop vooral de grond bedekt gaat hij hier de hoogte in. Dit is ook de enige plek waar de klimop oud genoeg is geworden om tot bloei komen. Het ligt helaas in de bedoeling om de betonnen schutting te vervangen door een hek. Wat er dan met de klimop gebeurt daar kun je naar raden. Ook zal er opruiming worden gehouden onder de klimop die de grond bedekt. Vanwege de grote waarde voor de fauna is het belangrijk om in elk geval een gedeelte te behouden. Er dreigt al zo veel verloren te gaan door de voorgenomen modieuze herinrichting...

dinsdag 19 oktober 2010

Hoge bomen vangen veel wind


Posted by PicasaDe hoogste en tegelijk ook de dikste boom op de oude begraafplaats is een Italiaanse populier. Hij torent boven alles uit en is al van verre zichtbaar, net een groen baken dat aangeeft: hier moet je zijn. Italiaanse populieren worden een meter of dertig hoog en deze boom, die waarschijnlijk geplant is in de jaren twintig, is maar liefst 1,3 meter dik. Deze boomsoort is een cultivar van de ook bij ons voorkomende, maar door het verdwijnen van zijn natuurlijke milieu zeldzaam geworden zwarte populier. In tegenstelling tot de zwarte zijn de takken van de Italiaanse populier heel sterk omhoog gericht, wat de boom tot een slanke zuil maakt. Hij werd vanaf de 18e eeuw vanuit Noord Italië over Europa verspreid, vandaar de naam. Deze snelle groeier maakt deel uit van de wilgenfamilie, maar geeft geen overlast door pluis, omdat van deze cultivar alleen een mannelijke variant bestaat. Het blad, dat ruitvormig tot driehoekig is, ruist mooi op de wind en in de loop van de herfst wordt het prachtig geel.
Deze boom is kerngezond en staat gelukkig niet op de nominatie om gekapt te worden. Hoge bomen vangen veel wind en dat geldt zeker voor Italiaanse populieren, maar het zijn geen bomen die snel omwaaien.


dinsdag 12 oktober 2010

Meer bezuinigen op groenonderhoud


Zoals ik in het vorige artikel beschreef stelt de gemeente hoge eisen aan grasvelden. Dat merk je ook aan het maaibeleid. Onvermoeibaar rukken de maaimachines uit, of er nu iets te maaien valt of niet. Het voorjaar en de eerste helft van de zomer waren veel te droog, maar desondanks werd er gewoon gemaaid, zoals op het groene eiland in Thiemsland. Het door zon en watergebrek verdorde gras was geen millimeter gegroeid, maar het maaien ging door. Het leek wel de werkverschaffing. Het zou bij de gemeente toch bekend moeten zijn dat maaien in dergelijke omstandigheden geen zin heeft. Door het nastreven van biljartlakengazons is het aantal maaibeurten zonder meer veel te groot. Daar valt flink op te besparen, want de gemeente betaalt per vierkante meter. Gemillimeterd gras is bovendien veel kwetsbaarder dan gras dat wat langer is. Het is veel gevoeliger voor uitdroging, en het is dan ook geen wonder dat het er wekenlang bruin aangebrand bij lag. Het herstelt zich gelukkig wel weer als de weersomstandigheden zich wijzigen, maar zolang dat niet het geval is, ziet het er niet uit. Op de natuurrijke oude begraafplaats, waar de onderhoudsnormen flink zullen worden opgeschroefd, zal het gras in het groeiseizoen elke week gemaaid worden, zo onthulde een ambtenaar een klein jaar geleden. Is dat wel een verstandige beslissing?

zondag 10 oktober 2010

Bezuinigen op groenonderhoud


Met het oog op de gevolgen van de financieel-economische crisis maakt de gemeente zich op voor bezuinigingen van 15 miljoen voor de komende vier jaren. Onlangs hebben de oppositiepartijen bekend gemaakt dat ze de komende weken gezamenlijk willen onderzoeken waar op bezuinigd kan worden. Ze vinden de voorstellen die het college van B&W tot nu toe heeft ontwikkeld te weinig concreet. Het CDA heeft vorige maand de website www.ideevoorhengelo.nl gelanceerd, waar iedereen ideeën voor bezuinigingen kan inbrengen. Een prima idee!

Waar veel op bezuinigd kan worden is het onderhoud van grasvelden. In mei en september zijn in Thiemsland aan weerszijden van het Bevrijderslaantje bestaande grasvelden op de schop gegaan, omdat ze ‘niet meer aan de gestelde kwaliteitsnorm voldoen’, zo bracht toenmalig wethouder Weber in april nog op de valreep naar buiten. Wat was het geval: tussen het gras van de gazons, die ongeveer 10 jaar geleden zijn aangelegd, groeiden wilde planten en dat schijnt niet door de beugel te kunnen. Een graafmachine schepte de bovenlaag om waarbij organische mest werd toegevoegd, waarna nieuw gras werd ingezaaid. Het verrijken van de grond vermindert de kans dat de wilde flora opnieuw de kop op steekt. Zo ontstaan soortenarme groene grasvelden, ook wel groen asfalt genoemd.

Aan de westkant van het houten wandelpad van het Heemafstraatje naar het groene eiland is de situatie nog onveranderd. Hier groeien nog allerlei wilde planten, die vaak lang en uitbundig bloeien. Vaak is de natuurlijke flora ook beter bestand tegen droogte, zoals we dit jaar goed hebben kunnen zien. Te midden van het troosteloos bruin verbrande gras staken wilde bloemen vrolijk af in roze, witte en gele tinten. Van zo’n bloemenweelde word je vanzelf vrolijk! Het is dan ook moeilijk te begrijpen waarom er zoveel geld wordt uitgegeven om van iets moois iets saais te maken. Zou het niet veel slimmer zijn om met de natuur mee te bewegen in plaats van er tegen in gaan? Hoe meer we de natuur naar onze hand willen zetten, hoe duurder we uit zijn!

woensdag 6 oktober 2010

Paddestoelen bij de vleet

 
Geweizwam, vliegenzwam en zwavelzwam in het bosje naast de moestuin

Dit jaar is een goed paddestoelenjaar en dat is ook merkbaar op de oude begraafplaats. September was een topmaand. Honderden paddestoelen doken op uit de grond of uit vermolmd hout; sommige tussen de graven, andere op de grasvelden, maar het merendeel verborgen tussen de bosjes ten westen van de moestuin achter in het kerkhof. Dat gebied is moeilijk toegankelijk, want het is een beetje een wildernis waar van alles door elkaar groeit. De bodem is er heel rijk en er zitten nog oude stobben in de grond van dikke berkenbomen, die zo’n 10-15 jaar geleden gekapt zijn. Helaas zijn veel paddestoelen net zo snel weer verlept en verdwenen als dat ze de kop op steken.

In ons land komen ongeveer 5000 soorten paddestoelen voor en tot nu toe heb ik ruim 20 soorten gespot op het kerkhofje. Een groot aantal groeit op vermolmd hout, zoals de geweizwam en de zwavelzwam op de foto. De zwavelzwam groeit op de stam van de pruimenboom, die er slecht aan toe is en op de nominatie staat om gekapt te worden. Het ligt trouwens in de bedoeling dat het hele bosje, dat ook erg in trek is bij zangvogels, weg gebulldozerd zal worden ten behoeve van de herinrichting, zo heb ik uit welingelichte bron vernomen. Dat zal een groot verlies opleveren aan biodiversiteit, want het is een van de soortenrijkste stukjes van het kerkhof. Het zou mooi zijn als onze Groen Links wethouder mevrouw Oude Alink het behoud van soortenrijkdom en groen in de stad een hogere prioriteit kan geven.

zondag 3 oktober 2010

Stand van zaken


Vier seizoenen zijn alweer voorbij gegaan sinds de gemeente zichzelf een kapvergunning gaf voor 35 bomen op de oude begraafplaats. Omwonenden en regelmatige bezoekers van het kerkhof waren in het geheel niet betrokken geweest bij het ingrijpende herinrichtingsplan, dat aan de bomenkap ten grondslag lag. Het duurde dan ook niet lang voordat het verzet losbarstte.

Sjoerd Heringa en ikzelf dienden bij de gemeente een bezwaarschrift in tegen de voorgenomen kap. De gemeentelijke bezwaarschriftencommissie verklaarde in maart van dit jaar de bezwaren niet ontvankelijk, omdat we niet in het zicht van de te kappen bomen wonen. Om dreigende kap te voorkomen wist een groepje tegenstanders in korte tijd 372 handtekeningen tegen de kapplannen aan de burgemeester aan te bieden, die beloofde ze aan het nieuw te vormen college van B&W te overhandigen. De kap werd uitgesteld tot oktober. In mei volgde een brief aan het nieuwe college met argumenten tegen de omvangrijke bomenkap. Eind augustus vormden Bert Roos, Sjoerd Heringa en ik een actiecomité en vond een gesprek plaats met wethouder Janneke Oude Alink, stadsdeelhoofd Hilco Huisstede en beheerder Henk Groothuis. Het resultaat van dit gesprek was dat de gemeente een klankbordgroep zou gaan formeren en de bestaande informatie zou bundelen in een ‘praatpapier’. Daar wordt aan gewerkt en de verwachting is dat in de loop van oktober de klankbordgroep geïnformeerd gaat worden en een uitspraak kan doen over de plannen. Verder hebben we o.a. gesproken met Vincent Mulder van de SP en met Leo Janssen van Pro Hengelo, die beiden kritisch staan tegenover de kapplannen. De kap is niet te verwachten voor november en er zal geen boom gekapt worden voordat de klankbordgroep een uitspraak heeft gedaan, zo beloofde de gemeente.

maandag 27 september 2010

Groei



Het verre roepen van een uil
De kilte van de noordenwind
Het langzaam vallen van de nacht
Een kreet: een mensenkind!


Vanuit het duister naar het licht
Val je ineens in het bestaan
Beginnend bij je moederborst
Heb je een lange weg te gaan


De eerste stapjes aan haar hand
De grote stappen die nog komen
De wereld opent zich voluit
En geeft je stof tot vele dromen


Je zuigt dat alles in je op
Zo helder is die eerste keer
Een uil, de wind, een sterrennacht
Je wilt nog zoveel, zoveel meer


Je leeft je leven als een droom
Het lijkt zo onbeperkt van duur
Volg je de stroom of volg je niet
De cirkelgang van de natuur


© 2010

zaterdag 18 september 2010

Egelweekend


Dit weekend is er speciale aandacht voor egels, omdat deze leuke en nuttige dieren steeds meer in het gedrang komen. In twee decennia is hun aantal waarschijnlijk met de helft afgenomen, zo is uit onderzoek gebleken. Egels hebben een voorkeur voor kleinschalige landschappen, die echter steeds zeldzamer worden. Ze leven ook in steden, waar ze in de schemering en ’s nachts hun kostje bij elkaar scharrelen in tuinen en plantsoenen, maar ook in parken en op begraafplaatsen. Daar zoeken ze insecten, wormen en slakken, en als het zo uit komt verschalken ze ook wel eens een muis. Omdat het vooral nachtdieren zijn zien we ze maar zelden. Hun aanwezigheid is soms af te leiden uit de drolletjes die ze achterlaten. Die zijn heel kenmerkend, omdat ze glinsteren door de vermalen dekschilden van de kevers die ze eten. Bij de Zoogdiervereniging kan iedereen die dit jaar egels heeft gezien, zowel levende als dode, dat registreren, zodat er meer zicht ontstaat waar egels voorkomen .


Egels hebben veel te lijden van het steeds drukker wordende verkeer. Ze lopen ’s nachts vaak vele kilometers met alle kans op een aanrijding. Ze zijn niet erg snel en hebben de neiging om langs de rand van de weg te lopen, wat vooral bij smalle wegen slachtoffers maakt. De meeste egels die we zien zijn dan ook platgereden exemplaren. De afgelopen week vond ik er drie, allemaal pubers en niet ver van elkaar, dus vermoedelijk uit hetzelfde nest. Ook het enorme gebruik van vergif werkt zeer nadelig voor egels. Ze eten van de vergiftigde insecten, slakken en muizen, en worden er ziek van of erger. Een extra probleem voor de egel is dat steeds minder stadstuinen groen en open zijn. De veel voorkomende verstening van tuinen, waarbij alles wordt betegeld en strak omheind, biedt egels geen mogelijkheden. Door dit alles neemt de levenskans van egels per jaar af, zo signaleert Egelbescherming Nederland. De Zoogdiervereniging heeft vorig jaar al opgeroepen om de egel op de Rode Lijst van bedreigde zoogdieren te plaatsen.

Gemeenten en tuineigenaren zouden veel kunnen doen om de egel meer kans te geven om te overleven. Als tuinen bijvoorbeeld via egelpoortjes met elkaar worden verbonden, dan vormen ze een aantrekkelijker leefgebied. Een opening van 12 x 12 cm in een hek of schutting is al groot genoeg om een egel door te laten. Gemeenten zouden groene gebieden in de stad zo veel mogelijk met elkaar kunnen verbinden, zodat er veilige migratieroutes ontstaan. Sommige gemeenten proberen echt rekening te houden met de behoeften van egels, zoals de gemeente Heemskerk. In Heemskerk legt men takkenbossen in plantsoenen, zodat egels daaronder beschutting kunnen vinden en een veilige plek hebben voor hun winterslaap. De gemeente Hengelo is nog niet zo ver dat er veel rekening met egels wordt gehouden. Zo lijkt het er sterk op dat bij de herinrichting van de oude begraafplaats, om maar eens een voorbeeld te noemen, het voor alles gaat om netjes. Het gras moet wekelijks gemaaid, de randen moeten strak en het blad moet weg. Maar egels floreren juist het beste in situaties die een beetje rommelig zijn. Als het gras wat langer is en er ligt hier en daar wat blad, dan zitten er meer insecten en valt er dus meer te eten. Het actiecomité Nee tegen Bomenkap Begraafplaats Bornsestraat pleit dan ook bij de gemeente voor meer aandacht voor de natuur op het oude kerkhof.

woensdag 15 september 2010

Vertrouwen


De winst van inspraak: bomen langs het Bevrijderslaantje

Eergisteren waren Sjoerd Heringa en ik op een gezamenlijk spreekuur van de Hengelose politieke partijen om hen te informeren over het feit dat bij de herinrichtingsplannen voor de oude begraafplaats omwonenden en gebruikers geen mogelijkheid hebben gehad om in de planfase daarover mee te praten. Bij de herinrichting van het Bevrijderslaantje vorig jaar was die mogelijkheid er wel, en dat heeft geresulteerd in een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de situatie bij oplevering. Toen was er sprake van een door steen en asfalt gedomineerde ruimte met aan begin en eind een boompje. Door de inbreng van omwonenden is er uiteindelijk een rij bomen geplant, zodat het inderdaad enigszins op een laan lijkt. Het is een verschil van dag en nacht.

We hebben ook aangekaart dat er een gebrek is aan zorgvuldigheid, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de argumentatie waarmee de kap van bomen wordt verdedigd, met als voorbeeld de onjuiste stelling dat bomen gebouwen zouden ondermijnen. Door een van de politici werd opgemerkt dat de gemeente toch zorgvuldig handelt, want zij had na de niet ontvankelijk verklaring van de tegen de bomenkap ingebrachte bezwaren de kap gewoon door kunnen zetten. Zo hadden we het nog niet bekeken, en vanuit dit standpunt bezien kun je zeker zeggen dat de gemeente zorgvuldig handelt door nu eerst een klankbordgroep de gelegenheid te geven om over de herinrichtingsplannen haar licht te laten schijnen. Hoe deze groep er uit gaat zien en of zij volledig geïnformeerd zal worden is nog onduidelijk. Tot nu toe was de informatievoorziening vaak gebrekkig, zoals bleek uit de buitengewoon slechte plattegrond die als bijlage aan de kapvergunning was toegevoegd. En dan is er nog de vraag hoe serieus de inbreng van de klankbordgroep genomen zal worden. Ter geruststelling zeiden de politici dat als het de verkeerde kant op gaat wij aan de bel kunnen trekken. We vertrouwen erop dat we een eerlijke kans krijgen.


zondag 12 september 2010

Onduidelijke status


Behalve de 35 bomen waarvoor vorig jaar een kapvergunning is afgegeven zijn er nog tenminste 7 bomen op de oude begraafplaats die als het verkeerd uit pakt het einde van het jaar niet zullen halen. De informatie over mogelijke kap komt merendeels van mensen die de voorlichting in mei hebben bijgewoond. Het gaat om een berk van een halve meter dik, een grote lijsterbes, een oude hoogstam appelboom die vol zit met lekkere, sappige appels, en verder nog 2 cypressen, een fijnspar en een magnolia. Tot nu toe heeft de gemeente alleen voor wat betreft de berk, de lijsterbes en de magnolia toegegeven dat het voornemen bestaat ze te kappen. De berk is kerngezond, net als de appel, de fijnspar en de magnolia. De lijsterbes is van matige kwaliteit en de 2 cypressen zijn matig tot slecht. Voor de berk en de lijsterbes moet alsnog een kapvergunning worden afgegeven vanwege hun omvang. Op de onderstaande door mij vernieuwde plattegrond van het kerkhof is te zien dat het grootste deel van het kerkhof eigendom is van de gemeente. Vanaf een diameter van 20 cm moet in dat gebied een kapvergunning worden afgegeven. Het veel kleinere deel dat in bezit is van de VGO is particulier terrein en daar geldt een grens van 30 cm. Het kappen van de lijsterbes en de appelboom gaat ten koste van de voedselvoorraad van vogels, de kap van de fijnspar gaat ten koste van de mogelijkheden van de groep eekhoorns, en aantal soorten zangvogels leeft van de fijne zaden van de berk.

De magnolia is een verhaal apart. De boom heeft lange tijd een beetje in de verdrukking gestaan tussen de beuken aan de kerkhofrand en een rijtje coniferen die tot enkele jaren terug achter de stenen gedenkbank stond. De magnolia is door die insluiting aan twee kanten recht omhoog gegroeid, het licht achterna, en dat wordt hem nu kwalijk genomen. Andere magnolia’s vertakken zich in alle richtingen en groeien meer breeduit. Deze doet dat dus niet en ja, dan val je uit de toon. De bloemen zitten ook nog eens allemaal hoog bovenin, zo werd gezegd. Dat lijkt zo voor wie niet goed kijkt, want sinds de coniferen weg zijn komen er zijtakken het gat opvullen. Als deze boom de tijd krijgt om verder te groeien, dan wordt hij steeds mooier. Grote kans dat de nieuwe zijtakken in de toekomst over de bank heen groeien, zodat je onder een bloeiende magnolia kunt zitten. Waar kan dat elders in Hengelo? Deze boom bloeit als laatste; zijn einde zal de bloeitijd van de magnolia’s op het kerkhof ook nog eens verkorten. Zo’n fraaie boom omhakken is niet verstandig.
De vraag is wat er nog meer tegen de vlakte gaat als de plannen voor herinrichting ongewijzigd doorgevoerd worden. Er zijn nog enkele magnolias die niet onder de beschermende werking van de boomverordening vallen, omdat ze net niet dik genoeg zijn. Ze zouden zomaar kunnen verdwijnen. Zullen de twee oude hoogstam perenbomen het overleven? Het blijft vooralsnog onduidelijk.

donderdag 2 september 2010

Hengelo ontgroent


Troelstrastraat kort voor de kap in september 2007 ten behoeve van de
aanleg van vrijliggende fietspaden
Twee jaar geleden, op 30-08-2008, beschreef Vincent Mulder, raadslid van de SP, in TCTubantia een ongrijpbaar monster dat met een niets ontziende gang door Hengelo sluipt. ‘Het levert niet de aanblik van een grote verwoestende veldslag, maar meer van een virus wat overal in de stad zorgt voor plaatselijke kaalslag.’ Dat Hengelo in ras tempo ontgroent maakte hij helder met een opsomming van wat er in korte tijd was verdwenen: prachtige lindebomen bij het winkelcentrum Hasseler Es, vele grote reuzen aan de Troelstrastraat, bomen aan de Industriestraat ter hoogte van het Esrein, drie forse Ginkgo’s aan de Anninksweg. En dan de kaalslag rondom de nieuwbouw van het ROC: alle prachtige acacia’s aan weerszijden van de Lansinkesweg, de imposante rij linden aan de Julianalaan, en 32 van de 35 veldesdoorns langs de Willem de Clerqstraat. Hoewel andere gemeenten als Deventer, Arnhem en Utrecht door boomsparende maatregelen veel bomen wisten te redden zijn noch de gemeente Hengelo, noch de lokale natuur en milieuraad bij machte het zaagmonster te stoppen, zo concludeerde hij destijds. Een beleid waarmee zo veel mogelijk bestaande bomen gespaard worden zou uitkomst kunnen bieden. De SP is daar al jaren voorstander van. Helaas gebeurt nog te vaak precies het tegenover gestelde. De oude begraafplaats is daar een goed voorbeeld van. Ongeveer 40 bomen dikker dan 20 cm dreigen binnenkort te verdwijnen om vaak aanvechtbare redenen. Een vijftiental jonge boompjes van het kaliber struiken op een stokje komen er voor in de plaats.

De storm van 15 juli heeft Hengelo zo'n 500 bomen gekost en dat was een flinke klap. Maar ik denk dat weinig mensen er zich bewust van zijn dat alleen al in het laatste kwartaal van vorig jaar de gemeente voor bijna evenveel bomen een kapvergunning heeft afgegeven als er bij die storm gesneuveld zijn. Het eerste kwartaal van dit jaar waren het er trouwens ook weer bijna 500. Dat zijn niet allemaal gemeentebomen, maar de gemeente is wel de grootste aanvrager. 's Zomers gaat het gelukkig niet zo hard vanwege de beschermende werking van de Flora en Faunawet, die verstoring in het broedseizoen verbiedt. Toch betrof het over de periode juli 2009 - juli 2010 ruim 1400 bomen. Vincent Mulder riep destijds alle Hengeloërs op om alert te zijn en het niet zover te laten komen dat ons laatste groen wordt weggeschoffeld voor wat wel 'de vooruitgang' wordt genoemd.

woensdag 1 september 2010

Zo hoort het (niet)!


Schietwilgen hebben vaak een scheve stam
Hoe het hoort, of hoe niet, daar kun je over van mening verschillen. Vaak heeft het te maken met een verschil in smaak of een verschil in kennis. De onjuiste gedachte dat hulst niet op een kerkhof thuis hoort, zoals in mijn vorige artikel ter sprake kwam, duidt op een gebrek aan cultuurhistorische kennis van deze boomsoort, maar het is ook goed mogelijk dat een kwestie van smaak op de achtergrond een rol speelt. Dat lijkt mij zeker het geval bij de uitspraak van voormalig wethouder dhr. Weber, die tijdens de gemeenteraadsvergadering van 23 februari zei dat coniferen op het kerkhofje niet passen bij lindebomen. Of de stelling dat mos niet op een pad hoort, zoals een van de rondleiders op een voorlichtingsdag in mei verkondigde. Over de wilgen die langs de betonnen schutting in het achterste gedeelte groeien werd toen opgemerkt dat wilgen zo niet horen te groeien. Wat is het geval: de stam is scheef! Het gaat hier om schietwilgen, die als kenmerkende eigenschap hebben dat ze een scheve stam hebben. Een boom wordt zo veroordeeld om zijn eigen specifieke karakter. Het lijkt er op dat de deskundige van dit feit niet op de hoogte was, hoewel scheefheid al eerder als argument van stal was gehaald om de kap van een prachtige magnolia goed te praten. Het lijkt dus in eerste instantie een kwestie van smaak. Eerder werd van deze wilgen gezegd dat ze een bedreiging zouden vormen voor de aanpalende linden. Dat zou best zo kunnen zijn als men ze onbekommerd verder zou laten groeien, want ze kunnen een hoogte van wel 30 meter bereiken. Dat is een meter of 10 hoger dan de linden een tiental stappen verderop. Schietwilgen laten zich echter prima knotten, en dat gebeurt ook overal waar de hoogte beperkt moet blijven. Dat zou hier ook kunnen. Is een wilg dan zo’n ordinaire boom dat die niet op een kerkhof thuis hoort? Ik vindt dat deze 3 wilgen een plek verdienen omdat ze heel veel soorten insecten kunnen herbergen. Dat maakt ze tot een provisiekamer voor allerlei zangvogels. Het knotten stimuleert dat nog eens. Omdat er voor vogels bij de herinrichting zoveel dreigt te verdwijnen, zou het goed zijn om toch nog eens met andere ogen naar zowel de wilgen als de hulstbomen te kijken.

dinsdag 31 augustus 2010

Hulst


Deze hulstboom groeit op de begraafplaats aan de Oldenzaalsestraat in de schaduw van honderdjarige beuken. Hij doet het daar prima en dat hoeft ook geen verbazing te wekken, want hulst is een boomsoort die sterk genoeg is om zich onder hoog geboomte te handhaven. Zoals ik al eerder schreef moeten een aantal grote hulstbomen op de oude begraafplaats verdwijnen, waarbij als argument is aangevoerd dat ze door de lindebomen in de knel komen. Blijkbaar zijn de deskundigen die over de oude begraafplaats beslissen er niet van op de hoogte dat deze levenskrachtige bomen heel wat kunnen verdragen. Twee hulsten zijn de afgelopen winter aangeknaagd door de konijnen. Tijdens de hoorzitting van de bezwaarschriftencommissie in februari werd door de gemeentewoordvoerder beweerd dat deze twee daardoor wel zouden afsterven, maar in het voorjaar zijn ze als vanouds uitgelopen. Ze hebben gebloeid en er zitten weer bessen aan de vrouwelijke boom achter op het kerkhof. Niets duidt erop dat ze bezig zijn om te sterven. Tijdens een voorlichtingsdag in mei werd er nog een ander argument voor de kap opgevoerd, namelijk dat hulst niet op een kerkhof thuis zou horen. Dat is onzin. Al sinds oude tijden is hulst verbonden met eeuwigheid. Alleen daarom al zou deze boom op geen enkel kerkhof mogen ontbreken. Toch moeten we er rekening mee houden dat de bij de deskundigen levende gedachte dat hulst daar niet thuis hoort het einde in zal luiden van alle hulst, groot en klein, op de oude begraafplaats. Dat betekent een belangrijke verarming van het voedselaanbod voor vogels in het winterseizoen. En minder voedsel betekent minder vogels. Is dat wat we willen?

maandag 30 augustus 2010

Zorg en zorgvuldigheid


De enorme hoosbuien van vorige week hebben in één klap het neerslagtekort van vele maanden weggevaagd, zodat het grondwaterpeil eindelijk weer op een normaal niveau ligt. De verwachting is dat we vanwege de klimaatverandering in de toekomst vaker te maken zullen krijgen met weerextremen zoals langdurige droogte en zware buien. We zullen moeten leren om daar op in te spelen. Wie jong groen aanplant in een droog voorjaar zou zich ervan bewust moeten zijn dat die aanplant extra zorg nodig heeft om te overleven. Vooraan op de oude begraafplaats is dit voorjaar een proefvak aangelegd met bodembedekkers en stuk of 15 jonge rhododendrons. Het is de bedoeling om dit gedeelte, als de herinrichting wordt hervat, te gaan ‘stempelen’ op de rest van het kerkhof. Nu de droogte voorbij is staat meer dan de helft van de pas aangeplante rhododendrons in het proefvak er ellendig bij en lijkt op sterven na dood. Blijkbaar hebben ze geen of te weinig water gehad. Is dit een gebrek aan zorg of een gebrek aan deskundigheid? Hopelijk gaan gemeente en VGO voortaan zorgvuldiger te werk, want hier wordt, met uitzondering van de kwekerij, niemand beter van.

donderdag 26 augustus 2010

In gesprek met wethouder Oude Alink


Gisteren hadden Bert Roos en ik een gesprek met wethouder mevrouw Oude Alink van Groen Links over de bomenkap op de oude begraafplaats. We hebben onze punten ingebracht: allereerst is over de ingrijpende herinrichting van het kerkhof geen hoorzitting gehouden, waardoor omwonenden de mogelijkheid tot inspraak is onthouden. Ten tweede krijgt het belang van natuur en milieu in het herinrichtingsplan te weinig aandacht. Het gaat om een natuurrijk gebied dat zich decennia lang tamelijk ongestoord heeft kunnen ontwikkelen: ca. 60 soorten bomen en heesters, meer dan 20 soorten vogels, verder eekhoorns, egels en vleermuizen zijn er te vinden. We hebben in de discussie ingebracht dat iedereen het erover eens dat dit een bijzondere locatie is waar zorgvuldig mee moet worden omgesprongen. Naar ons idee is dat niet altijd gebeurd. Wij noemden de plattegrond die als bijlage aan de kapvergunning was toegevoegd en die wemelt van de fouten, waardoor het in sommige gevallen onduidelijk is welke bomen gekapt gaan worden. Wij noemden ook het gebruik van het gif Round Up op de stamresten van de in 2009 omgezaagde rododendrons. Wij vinden dat het gebruik van gif op deze natuurrijke plek ongepast. We hebben ook ingebracht dat er onjuiste argumenten zijn gebruikt om de kap te verdedigen, zoals het argument dat de te kappen bomen gebouwen zouden ondermijnen. Helaas zijn wegens tijdsdruk andere dubieuze en onjuiste argumenten niet aan bod gekomen, zoals de stelling dat coniferen niet bij linden zouden passen en dat ze graven links van het hoofdpad zouden ondermijnen. We hebben duidelijk gemaakt wat ons pas opgerichte actiecomité wil:

1. opschorting van de werkzaamheden,
2. het verbeterplan openstellen voor inspraak en
3. natuurwaarden zwaarder laten meewegen.

Resultaat van het gesprek: mevrouw Oude Alink wil niet dat het plan een heel nieuw inspraaktraject in gaat. Een globaal herinrichtingsplan is in 2008 door de commissie fysiek akkoord bevonden, en vervolgens is het in de gemeenteraad als hamerstuk aangenomen. Het is nog steeds de bedoeling dat er in november of december gekapt gaat worden. Maar vanwege de ontstane commotie wil zij omwonenden wel een mogelijkheid bieden om hun inbreng te geven. Wordt vervolgd.

dinsdag 24 augustus 2010

Gemeentelijk groenplan


‘Het is hoog tijd voor een “ander denken” over groen. Groen is in tegenstelling tot water nog te veel het vulmiddel van de stedenbouw. Bij de invulling van woon- en werkgebieden wordt groen nog steeds beschouwd als welwillend extraatje, waar altijd wel weer wat van af kan. Toch is groen wezenlijk voor gevoelens van welbevinden en veiligheid van mensen. Goed groen geeft ook een “rijk” gevoel, want het bepaalt in belangrijke mate de waarde van onroerend goed in een wijk. Deze feiten lijken nauwelijks een rol te spelen in het beleid van gemeenten. Maar de leefbaarheid van steden staat wel op het spel.'

Met deze woorden opent het Gemeentelijk groenplan, dat nu op het stadhuis ter inzage ligt. Dit plan vormt de basis van een structureel groenbeleid dat gericht is op versterking van het groen in en rond onze stad. Groen is belangrijk, zo valt te lezen, omdat het o.a. een gunstige invloed heeft op de geestelijke en lichamelijke gezondheid van mensen, maar ook omdat het een bijdrage levert aan een prettig microklimaat in de stad. Het absorbeert stof, dempt geluid en remt de wind. Het geeft schaduw en verkoeling en trekt dieren aan. Groen maakt de stad compleet. Fijn dat de gemeente dat allemaal op een rij heeft!

De natuurrijke oude begraafplaats is in de uitvoeringslijst groenprojecten onder Thiemsland terug te vinden als Contour Huize Hengel/Algemene begraafplaats. Het meest opvallend aan deze groennota vind ik de bijlage met een opsomming van stadsrandzones en groene eilanden, die voor de stad van belang zijn, zoals bijvoorbeeld ’t Weusthag, het Prins Bernhardplantsoen en de Bataafse Kamp. De begraafplaatsen Deurningerstraat en Oldenzaalsestraat worden terecht getypeerd als groene natuuroases van rust. Huize Hengel staat er in als pas ingerichte groen en- waterplek. Maar nergens zie ik de oude Algemene begraafplaats aan de Bornsestraat genoemd. Van verbazing neem ik de lijst nog eens door. Zou ik het over het hoofd hebben gezien? Nee, juist de gemeente heeft deze groene oase over het hoofd gezien...

Naschrift: de gemeente werkt sinds eind 2011 aan een nieuw groenplan; zie hier en hier.

maandag 23 augustus 2010

Oude begraafplaats rijk aan soorten


Soortenrijkdom is een kenmerk van een gezond ecosysteem. Behalve de ongeveer 60 soorten bomen en heesters zijn er op de oude begraafplaats talloze plantensoorten te vinden. Voor een deel gaat het om gecultiveerde soorten, maar ook talloze wilde planten hebben er vaste voet aan de grond gekregen. Bijzondere planten als aronskelk en wilde hyacint naast gewonere soorten als basterdwederik, madeliefje, stinkende gouwe, gewone en aarereprijs, helmkruid en vergeetmijnietje, en vlindertrekkers als speenkruid en koninginnekruid. Minimaal 7 soorten dagvlinders, waaronder atalanta, dagpauwoog, oranjetipje en boomblauwtje, en een onbekend aantal nachtvlinders bezoeken het kerkhof, naast twee libellensoorten die tussen de bomen op kleine insecten jagen. Voor het boomblauwtje zijn klimop en hulst van bijzonder belang, omdat deze vlinder juist bij voorkeur op het blad van deze heesters haar eieren legt. Helaas moeten de grote hulstbomen verdwijnen en ook zal veel klimop weggehaald worden als de herinrichting van het kerkhof ongewijzigd uitgevoerd gaat worden. Deze twee heesters zijn ook van belang voor enkele van de meer dan twintig vogelsoorten die op het kerkhof gesignaleerd zijn. De oude begraafplaats is de enige plek in en rond de binnenstad van Hengelo waar de natuur de afgelopen decennia min of meer haar gang kon gaan. Hoewel veel stadsgenoten dat zeer op prijs stellen en genieten van de ontstane natuurlijke rijkdommen in combinatie met de oude zerken op de graven van hen die ons voor gingen, is desondanks de kwetsbaarheid van dit kleine eldorado groot als gevolg van het verbeterplan, dat sinds 2009 ten uitvoer wordt gebracht. Zal het nog bijtijds lukken om hen die erover beslissen tot andere gedachten te brengen?

Stinkende gouwe langs het hek bij de Bornsestraat; boomblauwtje op rodondendronblad

woensdag 18 augustus 2010

Biodiversiteit en de oude begraafplaats


Op de oude begraafplaats aan de Bornsestraat is decennialang op een bescheiden manier onderhoud gepleegd. De natuur heeft zodoende veel ruimte gekregen, waardoor er vlakbij het centrum van onze stad een bijzonder gebied is ontstaan dat veel weg heeft van een gevarieerd bos met talloze soorten bomen en heesters en een afwisseling in jong en oud, hoog en laag, open en gesloten, licht en donker, en zelfs levend en dood hout. Naast 105 oudere bomen met een diameter van meer dan 20 cm staan er in deze groene long van minder dan een hectare nog tientallen jongere exemplaren. Inclusief heesters gaat het bij elkaar om circa 60 soorten. Het varieert van bijzondere exoten zoals atlasceder, japanse notenboom, levensboom en een tiental opvallende magnolia’s, tot echte inheemse soorten als hulst, taxus, zomerlinde, zomereik, beuk, berk en gewone esdoorn. Heesters als vlier, krentenboom, klimop en hazelaar zijn samen met de inheemse bomen van belang voor allerlei vogels, die dankbaar gebruik maken van de vele mogelijkheden om eten te zoeken. De kleine zaden van de berken zijn in trek bij zaadeters als kool- en pimpelmees. De pluizige zaden van de drie wilgen zijn niet geliefd bij vogels, maar daar staat weer tegenover dat wilgen interessant zijn voor insecteneters als de zwartkop, omdat ze veel soorten insecten kunnen herbergen. Hulstbessen zijn ideale winterkost voor merels, lijsters en kramsvogels. Geen wonder dat veel vogelsoorten het kerkhof weten te vinden. Naast de genoemde gaat het in elk geval om roodborst, winterkoninkje, fitis, vink, huismus, heggemus, boomkruiper, ekster, vlaamse gaai, kauw, zwarte kraai, houtduif en bonte specht, terwijl ook groene specht, boompieper, wilde eend, aalscholver en ijsvogel wel eens gesignaleerd zijn. Ook wordt het kerkhof bezocht door egels, die op zoek zijn naar insecten, wormen en slakken, en door 5-6 sierlijke eekhoorns, die uit zijn op eikels, beuke- en hazelnoten, en de denneappels van de twee fijnsparren. In de avondschemering vliegen er tussen de bomen talloze vleermuizen, die zich tegoed doen aan nachtvlinders en andere vliegende insecten. Zo veel rijkdom op zo’n klein stukje grond: een waardevolle plek die bescherming verdient!

zondag 15 augustus 2010

Grote Weerschijnvlinder


Deze schitterende Grote Weerschijnvlinder dook vorige maand op bij een midden steentijd opgravinglocatie langs de Sleutelweg aan de oostelijke stadsrand van Enschede. De kleur van de vleugels varieert onder invloed van de lichtval van bruin tot paarsblauw. Je krijgt hem maar zelden te zien, want hij leeft een groot deel van z’n leven hoog in de boomtoppen. Deze vlinder bezoekt zelden bloemen, maar neemt daarentegen mineralen op uit de grond. Ook komt hij af op zweetlucht. De Grote Weerschijnvlinder is in ons land zeer zeldzaam en wordt ernstig bedreigd.

Het jaar 2010 is uitgeroepen tot het internationale jaar van de biodiversiteit. De rijkdom aan levensvormen neemt wereldwijd gestaag af en ruim 3000 soorten planten en dieren staan op uitsterven. De afname van biodiversiteit ten gevolge van menselijke activiteiten ligt naar schatting een factor 1000 hoger dan de natuurlijke ontwikkeling. De oerwouden en de zeeën, beide schatkamers van de natuur, worden in hoog tempo respectievelijk gekapt en leeggevist. Als dat niet verandert, dan zal dat grote gevolgen hebben voor de levenskwaliteit van onze kinderen en kleinkinderen. We blijven afhankelijk van de natuur en haar rijkdommen, ook in onze technologisch ver doorontwikkelde maatschappij.

Ook in ons land is de biodiversiteit in de loop van de vorige eeuw sterk afgenomen als gevolg van ruilverkaveling en intensivering van de landbouw, staduitbreiding en verkeerstoename. Intensieve landbouwgebieden zijn voor veel wilde dieren nagenoeg onleefbaar geworden, omdat ze in de eentonige maïsakkers en raaigraslanden nauwelijks nog iets te eten vinden. In toenemende mate zoeken ze hun heil in de stad, waar het een paar graden warmer is, er een grote verscheidenheid aan leefmilieus bestaat en er bovendien niet gejaagd mag worden. Hoewel steden tegenwoordig soortenrijker zijn dan intensief gebruikte landbouwgebieden, zijn er ook daar ontwikkelingen gaande die de soortenrijkdom bedreigen. De helft van de broedvogels in steden neemt in aantal af. Nestplaatsen voor gierzwaluwen verdwijnen in hoog tempo, en een eens algemene broedvogel als de huismus staat inmiddels op de rode lijst van bedreigde soorten. Binnenstedelijk groen staat onder druk door o.a. de groeiende verstening van stadtuinen, door bouwprojecten en wegenaanleg. Als gevolg van deze veranderingen in de stad zijn er steeds minder zaden en insecten te vinden, waardoor vogels moeite hebben om zelf in leven te blijven en jongen groot te brengen.

dinsdag 10 augustus 2010

“Dien elkaar door liefde”


Deze spreuk tooit het beeld dat Piet Hamer in 1977 maakte van Frederika ter Horst, uitkijkend over de lindelaan op de oude begraafplaats. Het is dit jaar precies een eeuw geleden dat zij uit bezorgdheid over de ontwikkelingen rond dit kerkhof het initiatief nam om enkele invloedrijke mensen bij elkaar te roepen. Er was een nieuwe begraafplaats aan de Oldenzaalsestraat ontstaan, terwijl het oude kerkhof er verwaarloosd bij lag. De door de gemeente aangestelde doodgraver kon het onderhoudswerk niet aan. Brandnetels dreigden alles te overwoekeren. Ook hing sluiting en ontruiming op termijn in de lucht.

Met dit initiatief stond deze eigenzinnige en artistieke vrouw, die graag een jongen was geweest om naar de kunstacademie te kunnen gaan, aan de wieg van de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud (VGO). Op 19 januari 1912 werd deze voor die tijd unieke vereniging opgericht. Het doel van de vereniging was zorg te dragen dat de eigen graven op de oude begraafplaats onaangeroerd zouden worden gelaten. Dat trachtte men te bereiken door de graven goed te onderhouden. Binnen een jaar waren er al bijna 400 leden en beschikte de nieuwbakken vereniging over een flink startkapitaal van f 6500. In 1915 werd het totale onderhoud van de begraafplaats door de gemeente aan de VGO overgedragen, waarbij de lasten voor rekening van de vereniging kwamen. Frederika ter Horst, een enthousiast tuinierster, zorgde voor nieuwe aanplant. Ze was erg verknocht aan het kerkhof en liet bij haar overlijden op17 augustus 1938 haar volledige vermogen na aan de VGO.

Nadat de begraafplaats in 1950 voor begraven gesloten was verklaard dreigde per 1980 ontruiming. Voordat het zover was deed het verenigingsbestuur echter een succesvolle poging om de begraafplaats op de monumentenlijst te krijgen. Dat lukte in 1970. Zeven jaar later werd met de gemeente overeen gekomen dat de gemeente de volledige kosten van het groenonderhoud zou dragen. Het onderhoud van graven en hekken bleef voor rekening van de VGO.

Honderd jaar na het initiatief van Frederika ter Horst is er opnieuw onrust over ontwikkelingen rond de oude begraafplaats. Dit keer gaat het niet om een gebrek, maar om een te verwachten overmaat aan onderhoud. Veel van de schoonheid van deze plek, die zich geleidelijk aan in een proces van decennia heeft kunnen ontwikkelen, dreigt gedachteloos weggepoetst te worden. De VGO heeft de plannen voor een radicale herinrichting gesmeed, terwijl het er niet op lijkt dat daarbij voldoende zorgvuldigheid in acht is genomen. De gemeente draait voor de kosten op en is verantwoordelijk voor de uitvoering. Is dit particulier initiatief anno 2010?

dinsdag 3 augustus 2010

Onder vuur

‘Hier geldt noch tijd noch duur’, kopte de Tubantia gisteren boven een artikel over de recreatieve waarde van de oude begraafplaats. Was het maar waar! De tijd loopt spoedig af voor een deel van het historische groen op deze bijzondere plek. Nog een week of tien, dan gaat de zaag in een veertigtal oudere bomen. Dat is tenminste de bedoeling van het op nostalgie berustende verbeterplan van de VGO. Formeel aangelegd was het ver terug in de vorige eeuw, en zo zal het opnieuw zijn.

Het is al weer 3 weken geleden dat Radio Hengelo de laatste Onder Vuur van het afgelopen seizoen uitgezond. Dat was op de avond van de storm. Een van de items was de oude begraafplaats en de aanleiding was dat de monumentencommissie van de gemeente zich gepasseerd had gevoeld. De herinrichtingsplannen waren niet aan haar voorgelegd, terwijl er wel een monumentenvergunning nodig was. Achter de tafel zaten de nieuwe voorzitter van de commissie, dhr. De Gruil, en verder Gezinus Knegt van Pro Hengelo en wethouder Janneke Oude Alink. De herinrichting ontlokte weer kritiek bij enkele insprekers en dhr. Hamer riep de wethouder op om de uitvoering van de plannen stil te leggen. Dat is inmiddels gebeurd. In juni liet de gemeente nog weten dat half augustus de werkzaamheden hervat zouden worden, maar dat is uitgesteld tot na 25 augustus. Die dag staat er een gesprek op de rol tussen wethouder Oude Alink, dhr. Bert Roos, die naast de begraafplaats woont, en ik. Op het zogenaamde verbeterplan van de VGO valt het nodige af te dingen en er zijn steeds meer signalen dat er slordig is gewerkt. Wij streven ernaar dat het plan in elk geval op onderdelen bijgesteld wordt, zodat een aantal gezonde en waardevolle bomen voor de stad behouden blijft. Pro Hengelo heeft onlangs een brief aan B&W geschreven met het voorstel om van de herinrichting een politiek item te maken. Dat is een welkome steun in de rug. Hopelijk sluiten andere politieke partijen zich daarbij aan. Oude bomen kappen is gemakkelijk, maar als het werk gedaan is krijg je ze niet zomaar weer terug…